FC Barcelona werd op 15 mei 1994 voor de vierde keer op rij landskampioen van Spanje. Barça had die dag zelf ruim gewonnen van Sevilla FC, maar moest daarna wachten op de uitslag van Deportivo La Coruña tegen Valencia CF.
Deportivo had aan een overwinning genoeg om de titel over te nemen, maar door een gemiste strafschop van Miroslav Djukic kort voor tijd bleef het 0-0. Daardoor was het Barcelona van Johan Cruijff opnieuw kampioen, slechts enkele dagen voor de Europese finale tegen AC Milan.

De beslissende wedstrijddag
Alvorens op woensdag 18 mei 1994 in Athene 0-4 op het scorebord stond, speelde de Catalaanse club vier dagen daarvoor nog om de landstitel in Spanje. Tegen Sevilla FC werd er ruim gewonnen, maar het was wachten op de uitslag uit La Coruña, waar Deportivo aan een zege op Valencia CF genoeg had om de titel in de wacht te slepen.
Mede door een gemiste strafschop van Deportivo-speler Miroslav Djukic kort voor tijd bleef het daar echter 0-0. Het Barcelona van Johan Cruijff was voor de vierde keer op rij kampioen en dat moest gevierd worden.
| Onderdeel | Gegeven |
|---|---|
| Club | FC Barcelona |
| Trainer | Johan Cruijff |
| Datum van de landstitel | 15 mei 1994 |
| Tegenstander in de beslissende speelronde | Sevilla FC |
| Concurrent | Deportivo La Coruña |
| Wedstrijd Deportivo | Deportivo - Valencia CF 0-0 |
| Betekenis | Vierde landstitel op rij |
| Europese finale daarna | FC Barcelona - AC Milan 0-4 |
Vier opeenvolgende landstitels onder Cruijff
In 1988 keerde Cruijff terug, dit keer niet als speler, maar als trainer. Daarmee brak voor de club een van de meest succesvolle periodes aan. De Catalanen zijn Cruijff nog altijd dankbaar voor zijn prestaties.
Maar liefst vier keer op rij werd FC Barcelona landskampioen (1991-1994) en als klapper werd de club Europees kampioen in 1992, door een doelpunt van Ronald Koeman. Sindsdien kunnen de Nederlanders in Barcelona weinig fout doen.
De landstitel van 1994 was daarmee niet alleen een afzonderlijk succes, maar ook het sluitstuk van een uitzonderlijke reeks. Het team van Cruijff had in vier opeenvolgende seizoenen de Spaanse competitie gewonnen.
Het Dream Team van Johan Cruijff
Rinus Michels, Johan Cruijff en Johan Neeskens streken in de jaren zeventig in Barcelona neer en vanaf dat moment ging het met de club weer opwaarts. In 1974 won Barça de landstitel.
Ook won FC Barcelona twee keer de Europacup, in 1978 en in 1982. De jaren tachtig gingen iets minder goed, hoewel er toen grote namen als de Argentijn Diego Maradona en de Duitser Bernd Schuster op het veld stonden.
Het elftal dat in 1994 kampioen werd, vormde het hoogtepunt van Cruijffs trainersperiode. De vierde titel op rij bevestigde de nationale dominantie van het Dream Team, ook al volgde kort daarna een zware teleurstelling op Europees niveau.
AC Milan 4-0 Barcelona | 1994 UEFA Champions League Final | Highlight & Goals
De festiviteiten en de Europese finale
“Daarna waren we total-loss. We vlogen op maandag richting Athene en dinsdag hadden we daar de eerste training”, herinnert assistent Tonny Bruins Slot zich nog. “Ik weet nog dat Cruijff zei: fluit maar af, leg de training maar dood.”
Het elftal zat er, mede door de festiviteiten, helemaal doorheen. “Maar naar buiten toe bracht Johan uit dat wij toch wel de betere ploeg waren. Om toch nog een bepaalde bluf uit te spreken.”
Vier dagen na het behalen van de landstitel stond Barcelona in Athene tegenover AC Milan. Milan trakteerde Barcelona, dat twee jaar eerder nog de Europa Cup 1 had gewonnen, op een voetballes.
“Ik heb amper de bal geraakt”, weet toenmalig Barcelona-speler Ronald Koeman nog. De finale eindigde in 0-4, waardoor het seizoen 1993-1994 naast een historische landstitel ook een pijnlijke Europese nederlaag opleverde.
De start van het nieuwe Champions League-seizoen doet denken aan 1994: FC Barcelona-AC Milan, de haast ‘vergeten’ finale. De twee Europese grootmachten treffen elkaar dinsdag in de eerste wedstrijd van Groep H.
De weg naar het kampioenschap
De titelreeks van 1991 tot en met 1994 kwam voort uit een langere ontwikkeling binnen de club. Na de komst van Hollands bloed in de jaren zeventig ging het met Barça weer opwaarts.
In 1988 keerde Cruijff terug als trainer en begon een van de meest succesvolle periodes uit de clubgeschiedenis. De landstitel van 1994 was de vierde opeenvolgende Spaanse titel en volgde op het Europese kampioenschap van 1992.
Toen Cruijff in 1996 wegens uitblijvende nieuwe successen werd ontslagen, vonden veel Catalanen dat onterecht. In de jaren vlak voor de eeuwwisseling herstelde de club zich echter snel en in 1996-1997 werden de Europacup II, de Copa del Rey en de Supercup gewonnen met onder meer Ronaldo op het veld.
FC Barcelona vóór het Dream Team
De oprichting door Joan Gamper
Football Club Barcelona, Barça, werd eind 1899 opgericht door Johan (of Johannes) Gamper, een Zwitser die in Barcelona terecht was gekomen en die bij de Catalanen bekend is als Joan Gamper.
Gamper Zelf was Joan Gamper voetballer en had hij onder meer gespeeld bij FC Basel. Samen met andere liefhebbers van deze steeds populairder wordende sport, waaronder Britten, Zwitsers en Catalanen, besloot hij een club te beginnen.
De allereerste clubvoorzitter was de Brit Walter Wild. Gamper zelf werd aanvoerder en nam zitting in het bestuur. Hij maakte meer dan 100 doelpunten tijdens 48 wedstrijden in vier jaar tijd en de club bleek al gauw een groot succes.
In 1908 nam Gamper het stokje van de voorzitter over en dat deed hij uiteindelijk vijf seizoenen (weliswaar niet achter elkaar). Hij was onder meer verantwoordelijk voor het allereerste stadion, Les Corts.
In 1925 beschuldigde de Spaanse dictator Primo de Rivera Gamper van Catalaans nationalisme. Hij werd gevangen gezet en uit het land verbannen. Na terugkomst in Zwitserland raakte hij in een depressie en in 1930 pleegde hij uiteindelijk zelfmoord.
Sinds 1966 opent FC Barcelona het seizoen jaarlijks met de Joan Gamper Trofee, een eerbetoon aan de oprichter.
De jaren veertig, vijftig en zestig
In de jaren veertig werd een Spaansgezinde voorzitter aangesteld en de Catalaanse vlag op het logo werd zelfs (tijdelijk) vervangen door de Spaanse. Het was de tijd vlak na de Burgeroorlog die het land had verdeeld en waarbij uiteindelijk general Franco aan de macht was gekomen.
Vanaf de jaren vijftig en zestig ging het met Barça steeds beter en werd het ene na het andere succes geboekt. In 1952 won de club zelfs vijf bekers: de Spaanse landstitel, de Spaanse beker, de Copa Latina, de Copa Eva Duarte en de Copa Martini Rossi.
Sterspeler uit die tijd was de Hongaarse vluchteling Ladislao Kubala. In 1957 werd het beroemde stadion Camp Nou (letterlijk: ‘Nieuw Veld’) in gebruik genomen.
In 1960 schakelde FC Barcelona Real Madrid uit in de Europacup I, na vijf keer kampioen te zijn geworden. Helaas haalde de club de beker zelf dat jaar ook niet binnen.
De jaren daarna ging het minder goed met de club, tot de komst van Hollands bloed het tij keerde in de jaren zeventig.
Nederlandse invloed in Barcelona
De allereerste Nederlandse speler bij FC Barcelona was Johan Cruijff, maar hij was zeker niet de laatste. De etappe met de meeste spelers van Nederlandse bodem begon in 1997, toen Louis Van Gaal trainer werd en Patrick Kluivert, Frank de Boer en Marc Overmars op het veld stonden.
De Nederlandse invloed was al veel eerder zichtbaar. Rinus Michels, Johan Cruijff en Johan Neeskens vormden in de jaren zeventig een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van Barça, terwijl Ronald Koeman in 1992 de winnende treffer maakte in de Europese finale.
| Speler | Periode bij FC Barcelona |
|---|---|
| Johan Cruyff | 1973-1978 |
| Johan Neeskens | 1974-1979 |
| Danny Muller | 1988 |
| Ronald Koeman | 1989-1995 |
| Richard Witschge | 1991-1993 |
| Jordi Cruyff | 1993-1996 |
| Michael Reiziger | 1997-2004 |
| Ruud Hesp | 1997-2000 |
| Winston Bogarde | 1997-2000 |
| Boudewijn Zenden | 1998-2001 |
| Philip Cocu | 1998-2004 |
| Patrick Kluivert | 1998-2004 |
| Ronald de Boer | 1999-2000 |
| Frank de Boer | 1999-2003 |
| Marc Overmars | 2000-2004 |
| Giovanni van Bronckhorst | 2003-2007 |
| Edgar Davids | 2004 |
| Mark van Bommel | 2005-2006 |
| Ibrahim Afellay | 2010-2014 |
| Jasper Cillessen | 2016-2019 |
| Frenkie de Jong | 2019-heden |
| Luuk de Jong | 2021-2022 |
| Memphis Depay | 2021-2023 |
Na de periode-Cruijff
In 1997 werd Louis van Gaal coach en onder zijn leiding won FC Barcelona nogmaals twee keer Spaanse Liga, de Copa del Rey en de Europese Supercup. Hij vertrok weer in 2000, even nadat clubvoorzitter Josep Lluís Núñez was afgetreden.
Joan Gaspart nam het stokje van Núñez over, maar de club kwam op dat moment al gauw in financieel zwaar weer terecht. In 2003 moest hij vertrekken. Bij de verkiezingen kwam Joan Laporta als nieuwe voorzitter uit de bus.
Deze haalde Frank Rijkaard binnen als trainer en Ronaldinho moest voor de doelpunten zorgen. In 2005 werd de club opnieuw landskampioen en werd ook de Supercup gewonnen. Ook in 2006 werd de Liga gewonnen, alsmede de Champions League.
De nieuwe successen na 2008
Nadat zowel 2007 als 2008 geen vruchtbare jaren waren geweest, werd Rijkaard aan de kant gezet en koos de club ervoor om een oud-speler als trainer aan te stellen: Pep Guardiola.
Het debuutseizoen van Guardiola als trainer was meteen het beste jaar uit de geschiedenis van FC Barcelona. Het elftal met namen als Leo Messi, Samuel Eto’o, Andres Iniesta en Xavi, werd landskampioen en won de Copa del Rey.
Ook de Champions League werd door de club gewonnen, de Spaanse Supercup, de UEFA Supercup en de Wereldtitel, waarmee het kalenderjaar 2009 met zes gewonnen prijzen het beste jaar in de clubgeschiedenis werd.
In het seizoen 2009-2010 werden de Spaanse Liga en de King’s Cup gewonnen en het seizoen daarop (2010-2011) de Champions League en de Spaanse competitie.
In 2011-2012 ging de landstitel aan FC Barcelona voorbij, maar werd de Copa del Rey wel gewonnen. Na dit seizoen nam Guardiola afscheid. Tito Vilanova nam het over en in 2013 werd FC Barcelona opnieuw landskampioen.
De jaren na Guardiola
In de jaren na de gloriejaren van Pep guardiola heeft de club niet bepaald stil gezeten. De club heeft van trainer gewisseld en is vanaf 2013 verder gegaan onder leiding van Gerardo Martino, ze wonnen dat jaar de Spaanse Supercup, maar grepen naast de landstitel en de Champions League.
De jaren daarna werd het legendarische aanvalstrio MSN gevormd met natuurlijk Lionel Messi, Luis Suarez en de Braziliaan Neymar. Dit bleek uiteindelijk een groot succes.
Ze wonnen in 2015 de treble onder leiding van Luis Enrique. De Champions league, Spaanse beker en La Liga werden allemaal gewonnen door de Catalaanse club wat natuurlijk een hele mooie prestatie is.
Hierna werd er nog wel goed gepresteerd en werd de landstitel nog een keer gewonnen en ook de beker ging twee keer naar Barcelona, maar daarna vertrok de trainer en dat betekende het einde van zijn tijdperk.
Met Ernesto Valverde als nieuwe trainer begon Barcelona aan een nieuw tijdperk. De club had hoge verwachtingen en hoopte hiermee een succesvolle periode in te gaan, maar dit bleek helaas anders uit te pakken.
In het seizoen 2017-2018 en 2018-2019 behaalde Barça weliswaar de landstitel, maar in de Champions League had de club minder succes dan in de jaren ervoor.
De recente generaties van Barça
Na Valverde volgde opnieuw een wissel van coach: Quique Setién nam het roer over. Zijn periode duurde echter niet lang, na een 8-2 nederlaag tegen Bayern München in de halve finale van de Champions League moest de trainer vertrekken.
Vervolgens werd Ronald Koeman aangesteld als trainer, maar ondertussen kampte de club met ernstige financiële problemen. Deze problemen werden zo groot dat Barça-icoon Lionel Messi in 2021 moest vertrekken. Dit betekende het einde van het tijdperk Messi bij FC Barcelona.
De periode van Ronald Koeman bij FC Barcelona duurde ook niet lang. Clubicoon Xavi keerde terug naar de club en nam het stokje over van Koeman.
Hoewel Xavi het team grondig veranderde, werden er in het seizoen 2021-2022 geen grote prijzen gewonnen. Het seizoen daarop verliep succesvoller: Barcelona veroverde de landstitel en won de Spaanse Supercup.
In het seizoen 2023-2024 ging de landstitel echter naar Real Madrid. Toch brachten de nieuwe talenten onder leiding van Xavi hoop voor een toekomstige succesperiode.
In het seizoen maakte ook Lamine Yamal zijn debuut bij het eerste team. De jonge aanvaller wordt gezien als een van de grootste talenten ter wereld en wordt vaak vergeleken met Lionel Messi.
Net als Messi is Lamine Yamal een speler uit de eigen jeugdopleiding, wat het verhaal extra bijzonder maakt. Naast Lamine Yamal dragen ook sterren als Pedri, Gavi en Lewandowski bij aan het succes en de opbouw van het team.
Het seizoen 2024-2025 begint veelbelovend. Barcelona domineert in de competitie en behaalt grote successen in de Champions League. De club wist zelfs overtuigend te winnen van Bayern München.
De 17-jarige Lamine Yamal speelt een belangrijke rol, samen met topspelers als Frenkie de Jong. Het team wordt dit seizoen geleid door de Duitse trainer Hansi Flick.
tags: #barcelona #landskampioen #15 #mei #1994