Alle Turkse burgers en hun gezinsleden hebben vanaf 1 oktober 2022 een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) nodig als zij langer dan 90 dagen in Nederland willen verblijven en nog geen verblijfsrecht in Nederland hebben.
De MVV is een inreisvisum voor personen die langer dan 90 dagen in Nederland willen verblijven. De MVV is een visumsticker (type D) voor in het paspoort en geeft de mogelijkheid om naar Nederland te reizen en daar de verblijfsvergunning op te halen.
Wat is een MVV?
Een vreemdeling kan in beginsel niet zonder visum in Nederland verblijven en/of werken. Afhankelijk van het land van herkomst en de duur van het verblijf moet de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aanvragen.
De MVV is een multiple-entryvisum. Is de MVV nog geldig en is de verblijfsvergunning nog niet opgehaald, dan mag de houder met de MVV meer dan één keer Nederland en het Schengengebied inreizen.
De MVV staat op naam van de aanvrager, zodat alleen die persoon de MVV kan gebruiken. De MVV is ook geldig voor alle andere landen in het Schengengebied. Met een geldige MVV mag de vreemdeling via een ander Schengenland naar Nederland reizen.
Wanneer is een MVV nodig?
Wie langer dan 90 dagen in Nederland wil verblijven en een reguliere verblijfsvergunning nodig heeft, heeft vaak ook een MVV nodig. Of iemand MVV-plichtig is, hangt af van de nationaliteit.
De MVV wordt meestal tegelijk met de verblijfsvergunning aangevraagd. Meestal doet de referent in Nederland de aanvraag. Wie geen referent heeft, kan zelf vanuit het buitenland een MVV en verblijfsvergunning aanvragen.
Voor Turkse onderdanen geldt sinds 1 oktober 2022 dat zij in beginsel een MVV nodig hebben wanneer zij langer dan 90 dagen in Nederland willen verblijven en nog geen verblijfsrecht in Nederland hebben.
Waarom gold voor Turken lange tijd een andere regeling?
In 1963 tekenden Turkije en de Europese Gemeenschap (EG) een associatieovereenkomst. Met de samenwerking tussen de EG en Turkije was bedoeld om de verschillen tussen beide partijen weg te nemen, met als uiteindelijke doel dat Turkije in de toekomst zou kunnen toetreden tot de EG.
Deze samenwerking is officieel van start gegaan op 1 december 1964. In de overeenkomst tussen Turkije en de EG zijn regels opgenomen die moeten leiden tot een geleidelijke realisatie van het vrije verkeer van werknemers en een geleidelijke opheffing van de beperkingen voor vestiging van zelfstandigen en het dienstenverkeer, net zoals geldt binnen de huidige EU.
De overeenkomstige bepalingen uit het EG-verdrag gelden als leidraad voor de afspraken tussen de EG en Turkije. De Associatieovereenkomst heeft een nadere uitwerking gekregen in het Aanvullend Protocol dat op 1 januari 1973 in werking is getreden.
Als onderdeel van de samenwerking is een Associatieraad EEG-Turkije ingesteld, onder meer bestaande uit leden van de regeringen van de EG-landen en van Turkije. De Associatieraad is bevoegd om besluiten te nemen over de verwezenlijking van de Turks-Europese integratie.
Besluit 1/80 en de standstill-bepaling
Een belangrijk besluit dat door de Associatieraad is genomen betreft Besluit 1/80 inzake rechten van Turkse werknemers en hun familieleden. Dit besluit regelt de rechten van Turkse werknemers en hun gezinsleden om in het gastland te blijven nadat daar legaal arbeid is verricht.
Het besluit is op 1 december 1980 in werking getreden. In artikel 13 van Besluit 1/80 is de zogenoemde standstill-bepaling opgenomen.
Dit artikel bepaalt dat de lidstaten geen nieuwe beperkingen mogen invoeren met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt van Turkse werknemers en hun gezinsleden. De standstillbepaling komt erop neer dat alle regels die na 1 december 1980 de toegang van Turkse onderdanen tot de arbeidsmarkt in een andere lidstaat beperken, niet van toepassing zijn op Turkse onderdanen.
Turkse onderdanen kunnen een beroep doen op de gunstigere regelingen die op of vóór 1 december 1980 golden. Omdat de vreemdelingenwetten sinds 1980 steeds strenger zijn geworden, kunnen Turkse onderdanen vaak een beroep doen op een gunstigere, oudere regeling.
Daarnaast wordt binnen de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie een steeds ruimere uitleg gegeven aan de rechten van Turkse onderdanen, zoals vastgelegd in Besluit 1/80.
Belangrijke Europese uitspraken
Arresten Abatay en Şahin
In de arresten Abatay en Sahin van het Hof van Justitie EG in de gevoegde zaken C-317/01 en C-369/01 is geoordeeld dat het doel van artikel 13 van Besluit 1/80 niet de bescherming van de rechten van Turkse onderdanen op het gebied van het verrichten van arbeid kan zijn, omdat dit recht al in een ander artikel van Besluit 1/80 is geregeld.
Volgens het Hof moet de standstill-bepaling van artikel 13 aldus worden opgevat dat zij de invoering van alle nieuwe maatregelen verbiedt die tot doel of tot gevolg zouden hebben de vestiging van Turkse staatsburgers in een lidstaat te onderwerpen aan strengere voorwaarden dan die welke voortvloeien uit de regels die op de datum van inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol voor de betrokken lidstaat golden.
Arresten Toprak en Oğuz
In de arresten Toprak en Oguz van het Hof van Justitie EG in de gevoegde zaken C-300/09 en C-301/09 is geoordeeld dat een aanscherping van een na 1 december 1980 ingevoerde bepaling, die een versoepeling vormde van de op 1 december 1980 toepasselijke bepaling, een „nieuwe beperking” vormt en daarmee in strijd is met de standstill-bepaling van artikel 13 van Besluit 1/80.
Het gevolg is dat wanneer na 1 december 1980 tijdelijk een gunstigere regeling heeft gegolden, de afschaffing van die regeling niet geldt ten aanzien van Turkse onderdanen. Voor hen blijft de gunstigere regel dus gewoon gelden.
Wat betekende dit voor Turkse onderdanen?
De bijzondere rechtspositie van Turken in Europa is voortdurend onderwerp van procedures. De Europese lidstaten proberen vaak de rechtspositie van Turkse onderdanen te negeren bij wijziging van de nationale immigratieregels.
Desondanks worden de uitspraken van de rechters steeds duidelijker en wordt de rechtspositie van Turkse onderdanen steeds sterker. Inmiddels is er veel terrein gewonnen voor Turkse onderdanen.
Zo is inmiddels onder meer bepaald dat de hoogte van het legesbedrag voor Turkse onderdanen te hoog was, dat Turkse onderdanen niet hoeven in te burgeren en dat de strenge voorwaarden voor verblijf als zelfstandig ondernemer voor Turkse ondernemers niet gelden.
De MVV-plicht sinds 1 oktober 2022
Turkse onderdanen zullen weer volledig worden onderworpen aan het MVV-vereiste. Dat heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in een brief van 5 juli 2022 laten weten aan de voorzitter van de Tweede Kamer.
Turken waren van oudsher vrijgesteld van het MVV-vereiste, wanneer het ging om gezinshereniging, het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige. Dit vloeit voort uit het associatierecht, bestaande uit afspraken die in de jaren ’70 zijn gemaakt tussen Turkije en de voorloper van de EU.
Deze afspraken zijn destijds gemaakt om de integratie van Turkse gastarbeiders en hun gezinnen te bevorderen. De beslissing om Turken niet langer vrij te stellen van het MVV-vereiste, hangt samen met de eerder dat jaar genomen beslissing om Turken te onderwerpen aan de inburgeringsplicht.
Daarnaast wil de IND voorkomen dat Turkse zelfstandigen naar Nederland komen voordat op een aanvraag om een verblijfsvergunning is beslist, zodat een eventuele procedure in geval van afwijzing niet jarenlang in Nederland kan worden afgewacht.
De nieuwe beoordelingswijze is per 1 oktober 2022 ingegaan. Op aanvragen die vóór 1 oktober 2022 door de IND waren ontvangen, werd de eerdere beoordelingswijze toegepast. Dit betekende dat Turkse burgers die onder het associatierecht vielen nog konden worden vrijgesteld van het MVV-vereiste, mits hun aanvraag vóór 1 oktober 2022 door de IND was ontvangen.
De betekenis van de arresten Demir en Yön
Het EU-Hof van Justitie heeft in het arrest Demir uit 2013 nog beslist dat het MVV-vereiste niet kon worden tegengeworpen aan Turkse onderdanen, omdat dit in strijd zou zijn met het associatierecht.
Dat het MVV-vereiste nu wel kan worden gesteld, leidt de staatssecretaris af uit het arrest Yön uit 2018. Hierin heeft het EU-Hof van Justitie geoordeeld dat het stellen van het MVV-vereiste ten aanzien van Turkse onderdanen is toegestaan, mits rekening wordt gehouden met de bijzondere individuele omstandigheden van de betrokkene.
Deze vrijstellingsgrond bestond al in de vorm van de hardheidsclausule, maar wordt in de praktijk zeer strikt toegepast.
De uitspraak van 7 november 2013
Op 7 november 2013 heeft het EU-Hof van Justitie een belangrijke uitspraak gedaan naar aanleiding van vragen die aan het Hof waren gesteld door de Nederlandse Raad van State.
De Raad van State had het Hof verzocht antwoord te geven op de vraag of het MVV-vereiste mag worden toegepast ten aanzien van Turkse onderdanen.
Het EU-Hof van Justitie heeft in de uitspraak van 7 november 2013 geoordeeld dat de standstillbepaling niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van het enkele feit dat de maatregel tot doel heeft illegale binnenkomst en illegaal verblijf, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning, tegen te gaan.
Daarnaast heeft het Hof geoordeeld dat het begrip „legaal verblijf” in de zin van artikel 13 van Besluit 1/80 inhoudt dat de Turkse werknemer of het lid van zijn gezin zich moet hebben gehouden aan de regels van de gastlidstaat op het gebied van de toegang, het verblijf en eventueel het verrichten van arbeid, en zich derhalve legaal op het grondgebied van die lidstaat bevindt.
Het is volgens het Hof niet zo dat alleen wanneer men in het bezit is van een MVV sprake is van „legaal verblijf”.
De uitspraak van de Raad van State van 30 april 2014
Naar aanleiding van de uitspraak van het Europese Hof heeft de Nederlandse Raad van State op 30 april 2014 beslist dat de Staatssecretaris niet duidelijk heeft gemaakt waarom geen uitzondering op het MVV-vereiste als zelfstandige afwijzingsgrond kan worden gemaakt in het geval van de desbetreffende Turkse onderdaan die bij het indienen van een aanvraag onmiddellijk en met relevante stukken, voor zover vereist, kan aantonen dat hij, behoudens het beschikken over een MVV, aan alle voor de door hem beoogde toelating gestelde vereisten voldoet.
De uitspraak had mogelijk verstrekkende gevolgen voor het toelatingsbeleid ten aanzien van Turkse onderdanen en de rol die het MVV-vereiste hierin speelt.
Inburgering voor Turkse onderdanen
Sinds 1 januari 2022 moeten nieuwkomers met de Turkse nationaliteit die in Nederland bij familie willen gaan wonen, eerst een examen doen. Ook imams en godsdienstleraren moeten het zogenoemde basisexamen inburgering halen voordat zij naar Nederland mogen komen.
De verplichting om in te burgeren geldt sinds 1 januari 2022 voor nieuwkomers met de Turkse nationaliteit die langdurig bij familie in Nederland willen gaan wonen. De verplichting geldt ook voor andere nieuwkomers met de Turkse nationaliteit die naar Nederland komen, waaronder geestelijk leiders, zoals imams en godsdienstleraren.
Het basisexamen inburgering in het buitenland moet worden afgelegd door iemand die 18 jaar of ouder is, maar nog niet de pensioenleeftijd heeft bereikt. Sinds 2022 gelden voor Turkse onderdanen dezelfde inburgeringsregels als voor mensen uit de meeste andere landen die naar Nederland komen.
Mensen met de Turkse nationaliteit die in Nederland asiel hebben gekregen en hun gezinsleden moesten al inburgeren.
Wie is niet inburgeringsplichtig?
- kennismigranten, oftewel hoogopgeleide migranten die in Nederland komen werken;
- studenten;
- mensen die tijdelijk op bezoek gaan bij gezinsleden die al in Nederland wonen;
- mensen die tijdelijk in Nederland gaan werken;
- mensen met de Turkse nationaliteit die op 1 januari 2022 al in Nederland wonen en een verblijfsvergunning hebben.
Het basisexamen inburgering in het buitenland
Sinds 1 januari 2022 moet een aanvrager vóór de komst naar Nederland, dus in het buitenland, een eerste inburgeringsexamen afleggen. Tijdens dit examen wordt kennis van de Nederlandse taal en van Nederland getoetst.
Als de aanvrager slaagt en naar Nederland mag komen, moet hij of zij verder inburgeren. De aanvrager volgt dan een inburgeringstraject dat bij de situatie past.
Gezinsmigranten betalen de kosten voor de inburgering geheel of gedeeltelijk zelf. Door in te burgeren leert de deelnemer de taal en de Nederlandse samenleving kennen. Zo kan de deelnemer zo snel mogelijk meedoen in Nederland, bijvoorbeeld via betaald werk, een stage of vrijwilligerswerk.
De informatie over het aanmelden voor het basisexamen inburgering in het buitenland en het maken van een afspraak voor het examen staat op de website NaarNederland.nl. In Turkije kan examen worden gedaan bij VFS Ankara. Daarvoor moet eerst een afspraak worden gemaakt.
Oudere en gunstigere regelingen voor gezinsmigratie
Het ligt in de lijn van de rechtspraak dat Turkse onderdanen een beroep kunnen doen op andere, oudere regelingen die gunstiger zijn voor gezinsmigratie.
Seniorenbeleid
Het seniorenbeleid was het beleid voor alleenstaande ouders om bij hun kind(eren) in Nederland te verblijven. Het beleid is op 1 oktober 2012 afgeschaft.
Leeftijdsvereiste
Voorheen gold een leeftijdsvereiste van minimaal 18 jaar voor gezinshereniging bij gehuwde partners. Daarna werd dit 21 jaar.
Het leeftijdsvereiste is met ingang van november 2014 aangepast naar 18 jaar voor Turkse werknemers en hun gezinsleden, waaronder partners.
Voortgezet verblijf
Tot 1 oktober 2012 kon men na drie jaar verblijf bij een partner al een zelfstandige verblijfsvergunning krijgen. Nu is dat pas na vijf jaar.
Inkomensvereiste
Tijdens de inwerkingtreding van de standstillbepaling gold voor gezinshereniging alleen dat de referent over voldoende inkomsten moest beschikken en niet over duurzame inkomsten.
De eis dat het inkomen duurzaam is geldt dan ook niet ten aanzien van referenten met de Turkse nationaliteit.
Vroeger gold een lager inkomensvereiste voor jongvolwassenen onder de 23 jaar. Daarnaast gold tot 2004 een inkomensvrijstelling voor een alleenstaande ouder met een kind in Nederland dat jonger was dan 5 jaar.
Dat Turkse werknemers hier nog steeds een beroep op kunnen doen volgt uit de uitspraak van 27 mei 2016 van de rechtbank te Amsterdam.
Uit die uitspraak volgt tevens dat de status van werknemer niet zomaar verloren gaat, bijvoorbeeld door onvrijwillige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Deze uitspraak is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bekrachtigd bij uitspraak van 8 november 2016.
Het past in de lijn van de rechtspraak dat de wijzigingen in bovengenoemde regelingen moeten worden gezien als aanscherpingen die niet gelden met betrekking tot Turkse onderdanen. Zij zouden dan ook nog een beroep moeten kunnen doen op de oudere regelingen.
Wanneer is geen MVV nodig?
Een Turkse onderdaan kan ondanks de nationaliteit en de hoofdregel over de MVV-plicht in een individuele situatie voor een vrijstelling in aanmerking komen. De IND beoordeelt of de vrijstelling van toepassing is.
De volgende situaties kunnen tot een vrijstelling leiden:
- De aanvrager heeft een geldige verblijfsvergunning in Nederland.
- De aanvrager had een geldige verblijfsvergunning in Nederland, vraagt binnen twee jaar nadat de vorige verblijfsvergunning is verlopen een nieuwe verblijfsvergunning aan en heeft in die twee jaar altijd in Nederland gewoond.
- De aanvrager is in Nederland geboren, woont bij de ouders, is op het moment van de aanvraag 12 jaar of jonger en de ouders wonen in Nederland met een geldige verblijfsvergunning.
- De aanvrager gaat in Nederland wonen bij een familielid met de nationaliteit van een EU/EER-land, behalve Nederland, of van Zwitserland, en kan toetsing aan het EU-recht aanvragen.
- De aanvrager heeft een geldige reguliere verblijfsvergunning van een ander Schengenland, waarbij het niet om een asielvergunning gaat.
- De aanvrager heeft een erkende referent in Nederland en voldoet aan alle voorwaarden.
- De aanvrager heeft een verblijfsvergunning als EU-langdurig ingezetene die door een ander EU-land is afgegeven.
- De aanvrager heeft al minimaal 12 maanden een geldige Europese blauwe kaart in een ander deelnemend EU/EER-land en vraagt in Nederland een verblijfsvergunning Europese blauwe kaart aan.
- De aanvrager is familielid van een ex-geprivilegieerde in Nederland die zelf in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
- De aanvrager heeft zeven jaar of langer gewerkt op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat.
- De aanvrager vraagt een verblijfsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverlening aan.
- De aanvrager woont in Nederland met een verblijfsvergunning.
- De aanvrager heeft een aanvraag gedaan om Nederlander te worden.
- De aanvrager heeft tijdelijke bescherming en kan een verblijfsvergunning aanvragen voor seizoenarbeid, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant of arbeid als zelfstandige.
- De aanvrager heeft in een ander EU-land een verblijfsvergunning als onderzoeker volgens Richtlijn (EU) 2016/801 en komt voor langetermijnmobiliteit onderzoek doen in Nederland.
- De aanvrager is in Nederland voor een medische behandeling.
- De aanvrager kan om gezondheidsredenen niet reizen naar het land van herkomst.
- De aanvrager is jonger dan 18 jaar, gaat naar school en heeft minimaal drie jaar achter elkaar in Nederland gewoond.
- De aanvrager heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning voor gezinshereniging.
- De aanvrager kan niet uit Nederland vertrekken omdat dit in strijd is met artikel 8 EVRM.
- De aanvrager is de partner of het kind van een houder van een verblijfsvergunning voor medische behandeling, of de ouder van een minderjarig kind met deze verblijfsvergunning, en is samen met deze houder ingereisd en woont samen met deze houder in Nederland.
- De aanvrager is jonger dan 18 jaar en Nederland ingereisd met een geldig Nederlands paspoort.
- De aanvrager is het minderjarige kind van een houder van een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden en woont samen met deze ouder in Nederland.
- De aanvrager is zonder verblijfsvergunning slachtoffer geworden van mensenhandel en kan of wil om zwaarwegende redenen geen aangifte doen of niet meewerken aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging.
- De aanvrager is gezinslid van een minderjarig kind dat door de kinderrechter onder toezicht is gesteld en een verblijfsvergunning op tijdelijke of niet-tijdelijke humanitaire gronden heeft.
- De aanvrager is zonder verblijfsvergunning slachtoffer geworden van huiselijk of eergerelateerd geweld, of dreigt daarvan slachtoffer te worden.
- De aanvrager is slachtoffer van arbeidsuitbuiting.
- De aanvrager vraagt een verblijfsvergunning als start-up aan en voldoet aan alle voorwaarden voor die verblijfsvergunning.
- De aanvrager werkt met een verblijfsvergunning voor overplaatsing binnen een onderneming bij een bedrijf binnen de EU en wordt voor langer dan 90 dagen overgeplaatst naar een vestiging in Nederland.
- De aanvrager is in Nederland met een visum voor kort verblijf of heeft geen visum nodig.
- De aanvrager kan door bijzondere en individuele omstandigheden niet terugkeren naar het land van herkomst om daar een MVV aan te vragen.
Bij een aanvraag in Nederland moet de aanvrager het verzoek om vrijstelling onderbouwen.
Familieleden van EU-, EER- en Zwitserse burgers
Het kan zijn dat iemand volgens zijn nationaliteit MVV-plichtig is, maar toch geen MVV nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand familielid is van een burger van de EU, de EER of Zwitserland.
Wie in Nederland gaat wonen bij een familielid met de nationaliteit van een EU/EER-land, behalve Nederland, of van Zwitserland, kan toetsing aan het EU-recht aanvragen. Wie bij een Nederlander gaat wonen, moet nagaan wanneer de Nederlander rechten kan ontlenen aan het EU-recht.
Familieleden van een EU-langdurig ingezetene kunnen eveneens voor een vrijstelling in aanmerking komen. De partner en het minderjarige kind hoeven dan ook geen MVV aan te vragen, maar zij moeten al met de EU-langdurig ingezetene hebben samengewoond in het andere EU-land.
Aanvraag van de MVV en verblijfsvergunning
Wie naar Nederland komt om te werken, studeren, deel te nemen aan een uitwisseling of bij een familielid te wonen, en langer dan 90 dagen wil blijven, moet vooraf een verblijfsvergunning aanvragen. Soms moet daarvoor eerst een MVV worden aangevraagd.
Bij de aanvraag moet worden opgegeven om welke reden de aanvrager naar Nederland komt. De aanvraag wordt beoordeeld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
De IND raadt af om tijdens de MVV-procedure in Nederland te zijn. Wie dringende redenen heeft om tijdens een MVV-aanvraag in Nederland te zijn, moet dit vooraf bij de IND melden en met documenten aantonen wat de redenen zijn.
De MVV-visumsticker ophalen in Turkije
Is de aanvraag voor een verblijfsvergunning goedgekeurd en staat in de inwilligingsbrief van de IND dat de MVV-visumsticker in Turkije kan worden aangevraagd, dan vermeldt de brief of dit bij de Nederlandse ambassade in Ankara of bij het consulaat-generaal in Istanbul moet gebeuren.
Na het maken van een afspraak ontvangt de aanvrager per e-mail een afspraakbevestiging. Wie voor zichzelf en een familielid een MVV-visumsticker wil aanvragen, moet dit in de e-mail vermelden.
De aanvraag moet op tijd worden ingediend. De aanvrager heeft drie maanden na ontvangst van de inwilligingsbrief van de IND om de MVV-visumsticker aan te vragen. Voor een MVV-visumsticker voor nareis asiel geldt een termijn van zes maanden.
De aanvrager moet alle benodigde documenten meenemen naar de afspraak. Welke documenten nodig zijn, hangt af van de persoon voor wie de verblijfsvergunning is aangevraagd.
Tijdens de afspraak kan de aanvrager kiezen of het paspoort met de MVV-visumsticker zelf wordt opgehaald of wordt opgestuurd. Het duurt maximaal tien werkdagen voordat de MVV-visumsticker klaar is.
Wie ervoor kiest het paspoort te laten opsturen, hoort tijdens de afspraak hoe dit geregeld kan worden. Wie het paspoort zelf ophaalt, hoort tijdens de afspraak wanneer het paspoort kan worden opgehaald.
Controleer na ontvangst van de MVV-visumsticker direct of de informatie klopt, zoals de naam en de geldigheid. Als de informatie niet klopt, moet dit worden gemeld bij de balie van de ambassade of het consulaat-generaal, of bij de ambassade of het consulaat-generaal waar de MVV-visumsticker is aangevraagd.
Afwijzing van een MVV-aanvraag
Als een MVV-aanvraag wordt afgewezen, ontvangt de aanvrager een schriftelijk besluit. In dit besluit staat waarom de IND bezwaar heeft tegen de afgifte van de MVV.
MVV-aanvragen uit Turkije worden onder meer afgewezen wanneer de referent onvoldoende of onvoldoende duurzame middelen van bestaan heeft, de duurzame exclusieve relatie onvoldoende is aangetoond, de IND aanneemt dat sprake is van een schijnhuwelijk of schijnrelatie, of de overgelegde stukken niet betrouwbaar worden geacht.
Tegen de afwijzing van een MVV-aanvraag kan binnen vier weken bezwaar worden gemaakt. In het bezwaarschrift kunnen de redenen voor de afwijzing worden bestreden en kunnen aanvullende bewijsmiddelen worden ingediend.
Kort verblijf en verblijf langer dan 90 dagen
Komt de vreemdeling korter dan 90 dagen naar Nederland, dan is meestal een visum voor kort verblijf nodig. Of en welk visum nodig is, hangt af van de nationaliteit.
Met een visum voor kort verblijf kan de vreemdeling ook vrij reizen naar de Schengenlanden en Zwitserland. Een visum voor kort verblijf wordt door de vreemdeling zelf aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf.
Met een geldig visum mag de vreemdeling maximaal 90 dagen binnen een periode van 180 dagen in Nederland en andere Schengenlanden verblijven.
Komt de vreemdeling langer dan 90 dagen naar Nederland, dan is een verblijfsvergunning vereist. Daarnaast dient de werkgever een tewerkstellingsvergunning aan te vragen als de vreemdeling ook wil werken.
Meestal moet naast de verblijfsvergunning ook een MVV worden aangevraagd. De MVV wordt aangevraagd in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf, oftewel het land waar de vreemdeling op basis van een verblijfsvergunning gerechtigd is om langer dan drie maanden te verblijven.
Vrijstellingen op grond van de nationaliteit
Voor de meeste nationaliteiten geldt dat een verblijfsvergunning pas wordt verleend als de aanvrager een MVV heeft. Voor bepaalde nationaliteiten geldt echter geen MVV-plicht.
| Nationaliteiten waarvoor geen MVV nodig is |
|---|
| Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Zuid-Korea, Zwitserland en een EU/EER-lidstaat |
De nationaliteit is bepalend, maar de IND beoordeelt daarnaast of een andere individuele vrijstelling van toepassing is.
Ontwikkeling van de rechtspositie
Omdat het uiteindelijke doel van de associatieovereenkomst is dat Turkije kan toetreden tot de EU, zullen de verschillen steeds meer worden weggenomen en zullen de rechten van Turkse onderdanen steeds meer vergelijkbaar zijn met die van burgers van de Unie.
De bijzondere rechtspositie van Turkse onderdanen blijft onderwerp van Europese en Nederlandse procedures. De standstill-bepaling, de rechtspraak over Besluit 1/80 en de individuele uitzonderingen op de MVV-plicht blijven daarom van belang bij aanvragen voor gezinshereniging, arbeid, verblijf als zelfstandige en andere verblijfsdoelen.
