Een risico-inventarisatie in de kinderopvang brengt veiligheids-, gezondheids-, arbeids- en psychosociale risico’s systematisch in kaart en vormt de basis voor maatregelen in een plan van aanpak. Daarbij staan niet alleen de kinderen centraal, maar ook de medewerkers, ouders, bezoekers en andere personen die op de opvanglocatie aanwezig zijn.
Iedere kinderopvangorganisatie moet een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben en daarnaast beschrijven welke risico’s er zijn en hoe deze voorkomen of zo klein mogelijk gehouden kunnen worden. Dit noemen we een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
Wat is een risico-inventarisatie en -evaluatie?
RI&E staat voor: Risico Inventarisatie & Evaluatie. De naam zegt het al; deze evaluatie zet veiligheidsrisico’s binnen de kinderdagopvang op een rij. Zo kunt u op een overzichtelijke manier te werk gaan om maatregelen te nemen voor veiligere en betere werkomgeving.
Een RI&E moet volgens de Arbowet in alle sectoren worden uitgevoerd, dus ook op een kinderopvang of buitenschoolse opvang (BSO). Tijdens de risico-inventarisatie worden mogelijke risico’s en gevaren op het gebied van veiligheid en gezondheid inzichtelijk gemaakt en maak je afspraken in een plan van aanpak om deze risico’s zoveel mogelijk te verkleinen.
Risico = kans x effect.
Een risico-inventarisatie is geen eenmalig document. Een goed veiligheidsbeleid in de BSO is dynamisch en wordt regelmatig geëvalueerd en bijgesteld. De organisatie moet het beleid aanpassen als er bijvoorbeeld een verbouwing plaatsvindt, het gebruik van een ruimte wijzigt of blijkt dat bepaalde maatregelen niet goed werken.
Waarom is een RI&E in de kinderopvang belangrijk?
Als medewerker binnen een kinderopvangorganisatie draag je veel verantwoordelijkheid. Ouders vertrouwen jou hun kinderen toe en gaan ervan uit dat het op het gebied van veiligheid uitstekend geregeld is. Daarom is voor elke kinderopvangorganisatie een adequate risico-inventarisatie van het grootste belang.
Een veilige omgeving is een belangrijke voorwaarde voor kinderen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Tijdens de risico-inventarisatie wordt gekeken of aanpassingen en/of maatregelen binnen werkprocessen of nieuw beleid nodig zijn om risico’s te verkleinen of zelfs helemaal weg te nemen.
In een duidelijk plan van aanpak wordt dit alles samengevat, zodat jij en jouw collega’s precies weten welke stappen er ondernomen gaan worden. Dit kan variëren van het volgen van een EHBO-cursus tot het anders inrichten van de opvangruimte.
De inventarisatie helpt om structureel aan veiligheid en gezondheid te werken, in plaats van uitsluitend ad hoc op incidenten te reageren.
Interne en externe risico’s onderscheiden
Interne risico’s ontstaan binnen de organisatie, de opvangruimten, de werkprocessen en de groepsdynamiek. Voorbeelden zijn een onveilige inrichting, onvoldoende toezicht, werkdruk, lichamelijke belasting, infectiegevaar, pesten en onduidelijke verantwoordelijkheden.
Externe risico’s komen voort uit factoren buiten de directe organisatie of uit de omgeving waarmee de kinderopvang te maken heeft. Daarbij kan het gaan om risico’s tijdens uitstapjes, de bereikbaarheid van hulpverlening, bezoekers, de fysieke omgeving rond de locatie of situaties waarin de opvang afhankelijk is van externe partijen en omstandigheden.
In de praktijk beïnvloeden interne en externe risico’s elkaar. Een tekort aan medewerkers is bijvoorbeeld een operationeel risico binnen de organisatie, maar kan de opvang ook kwetsbaarder maken tijdens een uitstapje of noodsituatie buiten de locatie.
| Risicogebied | Voorbeelden | Mogelijke aanpak |
|---|---|---|
| Fysieke veiligheid | Valpartijen, scherpe randen, onveilige speeltoestellen | Ruimtes risicobewust inrichten en materialen regelmatig controleren |
| Gezondheid en hygiëne | Infecties, onvoldoende schoonmaak, ongezonde gewoonten | Hygiëneprotocollen toepassen en gezondheidsbeleid naleven |
| Psychosociale veiligheid | Pesten, uitsluiting, agressief gedrag en emotionele onveiligheid | Signalen herkennen, positief ingrijpen en ouders betrekken |
| Arbeidsomstandigheden | Werkdruk, tillen, lichamelijke belasting en verzuim | Ergonomische werkplekken, duidelijke roosters en ondersteuning |
| Operationele continuïteit | Tekort aan gekwalificeerde medewerkers en onduidelijke taakverdeling | Voldoende bezetting, scholing en heldere verantwoordelijkheden |
| Externe omgeving | Risico’s tijdens uitstapjes, bezoekers en bereikbaarheid bij nood | Noodprocedures, toezicht en afspraken met betrokkenen |
Wettelijk kader voor veiligheid en gezondheid
De wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) bepaalt dat elke kinderopvangorganisatie of BSO een veiligheids- en gezondheidsbeleid moet hebben. In dit beleid staat hoe kinderen binnen de kinderopvang worden beschermd tegen risico’s.
Organisaties in de kinderopvang moeten een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben dat voldoet aan de wettelijke eisen. Het doel is om kinderen tegen grote risico’s te beschermen en hen te leren omgaan met kleine risico’s.
Iedere organisatie bepaalt zelf welke risico’s in het veiligheidsbeleid moeten staan. Dit gebeurt in overleg met de pedagogisch medewerkers en de oudercommissie. De oudercommissie heeft adviesrecht over het veiligheids- en gezondheidsbeleid.
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid moet duidelijk maken hoe de organisatie met de grootste risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van kinderen omgaat. Ook moet het beleid beschrijven wat de organisatie en medewerkers doen als er een ongezonde en/of onveilige situatie ontstaat.
Wat moet in het veiligheids- en gezondheidsbeleid staan?
- Hoe u omgaat met de grootste risico’s voor de veiligheid of de gezondheid van kinderen.
- Wat uw plan is om risico’s tegen te gaan en wat u en uw medewerkers doen als er een ongezonde en/of onveilige situatie is.
- Hoe uw pedagogisch medewerkers de kinderen leren omgaan met kleine risico’s.
- Hoe u het risico op grensoverschrijdend gedrag door volwassenen en kinderen zoveel mogelijk tegengaat.
- Hoe u het beleid maakt, invoert en evalueert met uw pedagogisch medewerkers.
- Hoe u het beleid duidelijk maakt voor pedagogisch medewerkers in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders.
- Hoe u zich aan de achterwachtregeling houdt als er minder dan één pedagogisch medewerker aanwezig is.
Het is belangrijk dat iedereen in de kinderopvang werkt volgens het veiligheids- en gezondheidsbeleid. De organisatie moet het beleid regelmatig bijwerken, bijvoorbeeld als het beleid niet goed werkt of als er iets in de kinderopvang verandert.
Interne fysieke risico’s voor kinderen
Een van de grootste risico’s in een BSO-omgeving is lichamelijk letsel. Kinderen bewegen veel en spelen vaak op avontuurlijke wijze, wat kan leiden tot valpartijen of ander fysiek letsel.
Ruimtes moeten risicobewust worden ingericht. Door speeltoestellen en meubilair zo te plaatsen dat er voldoende bewegingsruimte is en scherpe randen worden vermeden, verklein je de kans op ongelukken.
Materialen en apparatuur moeten voldoen aan de eisen van het Besluit kwaliteit kinderopvang en regelmatig gecontroleerd worden. Binnenruimtes, buitenruimtes en speelmaterialen moeten veilig en schoon zijn.
Een kinderopvang moet 3,5 m² binnenspeelruimte hebben per aanwezig kind. Maakt de kinderopvang gebruik van klaslokalen? Dan tellen die ook mee, maar alleen als zij voldoen aan de wettelijke eisen aan de binnenspeelruimte.
Gevaarlijke spullen, zoals scherpe messen, moeten veilig buiten het bereik van de kinderen liggen. Ook moeten maatregelen worden genomen om te voorkomen dat kinderen bijvoorbeeld met hun vingers tussen de deur komen of in aanraking komen met elektriciteit.
Externe fysieke risico’s en activiteiten buiten de locatie
Een buitenschoolse opvang is een plek waar kinderen zich kunnen ontwikkelen, spelen en sociale vaardigheden opdoen. Toch brengt deze omgeving ook risico’s met zich mee, zoals fysieke gevaren bij avontuurlijke activiteiten.
Externe activiteiten vragen om duidelijke afspraken over toezicht, verantwoordelijkheden en noodprocedures. Iedere medewerker moet weten wat zijn of haar rol is bij het signaleren en aanpakken van risico’s.
Het minimaliseren van risico’s vraagt om een combinatie van preventieve maatregelen, goed beleid en continue monitoring. Door een gestructureerd plan van aanpak te hanteren en preventieve maatregelen te implementeren, kunnen veel voorkomende gevaren worden beperkt.
Psychosociale veiligheid van kinderen
Naast fysieke veiligheid speelt psychosociale veiligheid een cruciale rol in de BSO. Kinderen moeten zich emotioneel veilig voelen en beschermd worden tegen negatieve groepsdynamiek zoals pesten, uitsluiting of agressief gedrag.
Vaste groepsindelingen helpen daarbij. Kinderen hechten aan structuur en voorspelbaarheid. Door met vaste groepen te werken, voelen kinderen zich sneller veilig.
Een goed geschoold team herkent signalen van emotionele onveiligheid en weet hoe medewerkers op een positieve manier kunnen ingrijpen. Een duidelijke dagindeling helpt kinderen zich veilig en op hun gemak te voelen.
Ook het stimuleren van autonomie is belangrijk. Kinderen krijgen ruimte om zelf keuzes te maken binnen een veilige en gecontroleerde omgeving. Door groepsactiviteiten en gezamenlijke spelmomenten worden sociale vaardigheden versterkt en wordt een positieve groepssfeer gecreëerd.
Grensoverschrijdend gedrag en het vierogenprincipe
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid moet beschrijven hoe het risico op grensoverschrijdend gedrag door volwassenen en kinderen zoveel mogelijk wordt tegengegaan.
Kinderdagverblijven moeten bij de dagopvang werken volgens het vierogenprincipe. Dat betekent dat er altijd één volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een pedagogisch medewerker.
De precieze invulling van deze eis kan op ieder kinderdagverblijf anders zijn. Ondernemers in de kinderopvang moeten de oudercommissie hierover informeren en om advies vragen.
Iedereen die woont, werkt of structureel aanwezig is op een locatie voor kinderopvang, moet zich inschrijven in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Zij worden continu gescreend op strafbare feiten.
Gezondheidsrisico’s en infectiepreventie
Ziekteverspreiding is een reëel risico in de kinderopvang. Het waarborgen van een goede hygiëne is daarom cruciaal.
Regelmatig handen wassen, goed schoonmaken van speelmaterialen en naleving van het gezondheidsbeleid verminderen de kans op besmettingen. Er is daarnaast aandacht nodig voor gezonde voeding en beweging.
Door kinderen bewust te maken van gezonde gewoonten, zoals goede voeding en beweging, wordt hun weerstand versterkt. De organisatie moet regels en afspraken hebben over hygiëne en het voorkomen van onverantwoorde risico’s.
Voldoende personeelsbezetting is eveneens belangrijk. Een tekort aan medewerkers kan leiden tot minder toezicht, waardoor hygiënevoorschriften minder strikt worden nageleefd.
Arbeidsrisico’s voor medewerkers
De ondernemer in de kinderopvang moet ook een RI&E hebben die gericht is op de arbeidsomstandigheden van werknemers. Een veilige BSO-omgeving vereist niet alleen aandacht voor de kinderen, maar ook voor de medewerkers.
Het arbobeleid beschrijft hoe een organisatie arbeidsomstandigheden aanpakt, zoals werkdruk en lichamelijke belasting. Het brengt gezondheids- en veiligheidsrisico’s in kaart en stelt maatregelen op om deze te beperken, wat bijdraagt aan veiligheid, gezondheid en inzetbaarheid van de medewerkers.
Het tillen van kinderen of zwaar materiaal kan leiden tot fysieke klachten. Praktische hulpmiddelen en ergonomische werkplekken verminderen dit risico.
Door medewerkers te ondersteunen met scholing, duidelijke roosters en een veilige werksfeer, wordt psychosociale werkdruk beperkt en wordt verzuim voorkomen.
Medewerkers moeten weten hoe ze veilig en gezond kunnen werken. Geef ze toegang tot een bedrijfsarts of arbeidsdeskundige en bied een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aan.
Organisatie, bezetting en toezicht
Voldoende en gekwalificeerd personeel zorgt ervoor dat kinderen de aandacht en begeleiding krijgen die ze nodig hebben. Er moet ook voldoende toezicht zijn op de naleving van veiligheids- en gezondheidsafspraken.
Op een BSO of kinderopvang staat de veiligheid van zowel medewerkers als kinderen centraal. Er wordt gekeken naar risico’s die specifiek binnen deze branche spelen.
Er moeten altijd voldoende medewerkers met een kinder- en baby-EHBO-diploma aanwezig zijn en er is een wettelijk maximum aantal kinderen per leeftijdscategorie per medewerker.
Tijdens de opvang is minimaal één volwassene aanwezig met een kinder-EHBO-certificaat. De volwassene met een EHBO-diploma of BHV-diploma hoeft geen pedagogisch medewerker te zijn.
Een geldig kinder-EHBO-certificaat behaald tijdens een BHV-cursus is ook voldoende. Bevinden de dagopvang en de buitenschoolse opvang zich op één locatie? Dan moet er voor iedere opvangvorm afzonderlijk tenminste één volwassene zijn met een certificaat.
Bij een gecombineerde groep van dagopvang en BSO waarbij slechts één medewerker aanwezig hoeft te zijn, is één volwassene voldoende.
Noodprocedures en achterwachtregeling
Elk kindercentrum moet beschikken over een actueel veiligheidsbeleid en noodprocedures die regelmatig worden getoetst.
Is tijdens openingsuren slechts één pedagogisch medewerker aanwezig? Dan moet de organisatie een zogeheten achterwachtregeling opnemen in het veiligheidsbeleid.
De achterwacht is een volwassene die in geval van nood binnen 15 minuten in de kinderopvang aanwezig kan zijn.
Daarnaast is een bedrijfshulpverlener nodig om in geval van nood mensen in veiligheid te brengen. Duidelijke richtlijnen voor noodsituaties helpen om snel en gecoördineerd te handelen.
Het proces van een RI&E
Het proces van een RI&E kinderopvang bevat de volgende stappen:
- Een gesprek met de leidinggevende.
- Inspecties van de kinderdagopvang.
- Het in kaart brengen van arbeidsrisico’s.
- Een plan van aanpak opstellen.
- Toetsing door een gecertificeerde Arbodienst.
- Eindbespreking van het rapport door een adviseur.
Bij een risico-inventarisatie voor kinderopvang kan worden gewerkt met een vier-stappenplan: het opstellen van een lijst met risico’s op het gebied van fysieke veiligheid, psychosociale veiligheid en gezondheid, het vaststellen hoe groot deze risico’s zijn, het opstellen van een plan van aanpak op basis van de risico’s en het wettelijk toetsen van de RI&E.
Van risico-inventarisatie naar plan van aanpak
Alle maatregelen, wie ze uitvoert en wanneer dat gebeurt, vormen het plan van aanpak. Een plan van aanpak maakt duidelijk welke stappen worden gezet, wie verantwoordelijk is en wanneer de maatregel wordt uitgevoerd.
Het plan kan maatregelen bevatten voor de inrichting van ruimten, hygiëne, toezicht, scholing, EHBO, BHV, noodprocedures, personeelsbezetting en de aanpak van psychosociale risico’s.
Betrek medewerkers bij het opstellen van de RI&E en het uitvoeren van het plan van aanpak. Dit vergroot het draagvlak en draagt bij aan een gezonde organisatie.
Via de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) kunnen medewerkers meedenken over de RI&E en de aanstelling van de preventiemedewerker. Zonder OR/PVT of bij minder dan 10 medewerkers worden de betrokken medewerkers rechtstreeks geraadpleegd.
Preventiemedewerker, arbodienst en toetsing
Een preventiemedewerker helpt bij het opstellen en uitvoeren van het arbobeleid. In kleine organisaties met minder dan 25 medewerkers mag de werkgever zelf deze rol vervullen.
Een organisatie moet een overeenkomst sluiten met een arbodienst of bedrijfsarts. De bedrijfsarts of arbodienst speelt een rol bij verzuimpreventie en begeleidt medewerkers bij verzuim.
Heeft een organisatie meer dan 25 mensen in dienst? Dan moet een gecertificeerde arbodienst of deskundige de RI&E en het plan van aanpak toetsen.
Kleinere organisaties hoeven dat niet als zij gebruikmaken van de branchespecifieke RI&E-tool. Dat staat ook in de Cao Kinderopvang.
Medewerkers, ouders en kinderen betrekken
Ouders spelen een belangrijke rol in het waarborgen van veiligheid binnen de BSO. Goede communicatie tussen opvang en ouders draagt bij aan een beter begrip van veiligheidsprocedures en -maatregelen.
Ouders moeten op de hoogte zijn van de werkwijze rondom veiligheid en gezondheid. Regelmatige ouderavonden en informatiemomenten helpen om kennis en bewustzijn over veiligheidsthema’s binnen de opvang te vergroten.
Door ouders actief te betrekken bij het beleid en hun input te waarderen, wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid gecreëerd. De oudercommissie heeft adviesrecht over het veiligheids- en gezondheidsbeleid.
Kinderen moeten leren omgaan met kleine risico’s. Het beleid moet daarom niet alleen gericht zijn op het volledig uitsluiten van risico’s, maar ook op een veilige manier leren omgaan met situaties die bij spelen, bewegen en opgroeien horen.
Toezicht en controle
De GGD bekijkt het beleid en controleert hoe de organisatie dit uitvoert. Een toezichthouder van de GGD komt ieder jaar onverwachts langs om de kinderopvang te controleren.
Het inspectierapport van de GGD staat openbaar in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). De GGD is toezichthouder van de kinderopvang en controleert het beleid.
De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert documenten zoals de RI&E, het plan van aanpak en het basiscontract. Zorg ervoor dat deze documenten up-to-date en volledig zijn.
Een goed arbobeleid is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van medewerkers, maar ook om boetes en sancties te voorkomen.
De RI&E actueel houden
De risico-inventarisatie moet worden aangepast wanneer omstandigheden veranderen. Dat geldt bijvoorbeeld bij een verbouwing, een wijziging in het gebruik van een ruimte, een verandering in de groepsindeling, nieuwe werkprocessen of gewijzigde noodprocedures.
Ook incidenten, bijna-ongevallen, signalen van medewerkers en opmerkingen van ouders kunnen aanleiding zijn om het beleid en de RI&E opnieuw te beoordelen.
Een jaarlijkse controle en certificering, het naleven van wettelijke eisen zoals het Besluit kwaliteit kinderopvang en het volgen van de richtlijnen van de Nederlandse Arbeidsinspectie dragen bij aan een veilige omgeving.
Voor 2018 werkten veel organisaties met een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. Organisaties mogen deze blijven gebruiken als de inventarisatie voldoet aan de eisen uit de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) die in 2018 is ingegaan.

tags: #risico #inventarisatie #intern #en #extern #kinderopvang