Herman Frans Martha Brusselmans werd op 9 oktober 1957 in Hamme, België, geboren en groeide uit tot een vrij succesvolle voetballer bij Vigor Hamme. Hij speelde als linksbuiten en stond aan het einde van de jaren zeventig dicht bij een professionele carrière bij SK Lokeren, maar besloot uiteindelijk niet voor een bestaan als profvoetballer te kiezen.
Brusselmans had veel talent, maar hij was geen vakidioot: hij dacht te veel na, wilde voetbal met studie en andere interesses combineren en ergerde zich aan de beperkte mentaliteit binnen het voetbalmilieu. Zijn voetbalcarrière liep daardoor anders dan verwacht, maar voetbal bleef een belangrijk onderdeel van zijn leven. Later werd hij schrijver, voetbalanalist en trainer van de minivoetbalclub De Woody’s.

De jeugd van Herman Brusselmans in Hamme
Herman Frans Martha Brusselmans wordt geboren op 9 oktober 1957 te Hamme, België. Zijn vader heet August Brusselmans, zijn moeder Lea Lenssens. Zij hebben een veehandel. Herman heeft een drie jaar oudere broer (Joseph) en een drie jaar jongere zus (Mia).
De jeugd van Herman is niet bepaald fijn. Zijn ouders zijn volgens Herman goede mensen “maar door het leven kreupel geslagen”. Herman houdt veel van zijn ouders, vooral van zijn moeder, die hij omschrijft als een fantastische vrouw.
Zijn vader is door een nare opvoeding en latere zorgen over zijn bedrijf een nerveuze en agressieve man geworden. Dit zorgt voor een gespannen sfeer in het ouderlijk huis. Het harde milieu waarin Herman in de jaren zestig op het Vlaamse platteland opgroeit vergelijkt hij later met de Middeleeuwen, vol van agressie, incest en inteelt.
Vanaf hun vijfde moeten Herman en zijn broer met vader mee naar klanten en zo komen ze in aanraking met dierenmishandeling. Vooral dit laatste blijkt voor de jonge Herman traumatisch. Zijn latere angstaanvallen wijdt hij onder andere aan de gruwelijkheden die hij met dieren heeft zien gebeuren.
Hij weet als kind een ding zeker: nooit zal hij het bedrijf van zijn vader overnemen. Brusselmans vertelt hoe zijn vaders werk als veehandelaar zijn jeugd heeft beïnvloed: “Als mijn vader een baan van 9 tot 5 had gehad, had ik een heel ander leven gehad.”
Op zijn negende begint de kleine Herman met roken. Herman is als kleine jongen op school erg leergierig en hij wil in alles de beste zijn. In de puberteit wordt ‘de lol’ belangrijker, en voetbal, waarvoor hij veel talent blijkt te hebben.
Een begenadigd linksbuiten bij Vigor Hamme
Herman groeit op tot een vrij succesvol voetballer bij de plaatselijke trots Vigor Hamme. Eind jaren zeventig speelt hij als linksbuiten en blijkt hij over genoeg talent te beschikken om aan een professionele carrière te denken.
Er is een tijd dat hij overweegt beroepsvoetballer te worden, maar Herman gaat zich steeds meer aan dat milieu ergeren: “Daar voert echt wel de stompzinnigheid en domheid de boventoon”. Daarnaast is Herman geen groepsmens.
Brusselmans, ooit zelf een verdienstelijk linksbuiten, vertelt over zijn idolen op die positie waaronder Piet Keizer. “Linksbuitens zijn filosofen.”
Zijn positie was kenmerkend voor zijn voetbalstijl en voor de manier waarop hij zelf naar het spel keek. Hij voelde zich aangetrokken tot spelers met verbeelding en persoonlijkheid, maar had tegelijk moeite met de groepsdiscipline en de beperkte blik die hij in het voetbalmilieu ervoer.
De bijna-profcarrière bij SK Lokeren
Een voetbalcarrière lonkt en topclub SK Lokeren lijft hem in. Veel heeft het jaren geleden niet gescheeld of Herman Brusselmans was profvoetballer geworden bij Lokeren.
Het is een bekend verhaal: Herman Brusselmans had evengoed ook voetbalprof kunnen zijn. Hij kon een profcontract tekenen bij Sporting Lokeren, maar zijn vader besloot het niet te doen.
“Het had met geld en integriteit te maken, ook toen al”, aldus Brusselmans in Touché bij Radio 1. “Als mijn vader 100.000 frank op tafel legde, dan zou er voor mij een goed woordje gedaan worden. Er bleef toen al overal geld kleven, dus heeft mijn vader geweigerd.”
Volgens Brusselmans speelde het gevraagde geld een belangrijke rol bij het mislukken van de overgang. Zijn vader weigerde om geld onder tafel te betalen, waardoor het profcontract er niet kwam.
Herman Brusselmans niet te spreken over goedkoop Roemeens middel - VI ORANJE BLIJFT THUIS
In 2023 vertelde Brusselmans opnieuw over zijn stukgelopen voetbaldroom in het televisieprogramma Het Huis. “Mijn vader moest 100.000 frank betalen onder tafel om mij prof te laten worden”, vertelt Brusselmans over zijn stukgelopen voetbaldroom.
Waarom Brusselmans geen profvoetballer werd
Brusselmans relativeert te veel, denkt te veel na en beseft dat dat geen goede eigenschap voor een voetballer is. Hij had de gave om voetballer te worden, maar hij dacht teveel na, en besefte dan dat dit niet de ideale eigenschap was om in voetbal je carrière te maken.
“Voetbal is voor mij een heel belangrijk deel van mijn leven. Ik heb op de rand van een profcarrière gestaan, maar dat is stukgelopen op mijn puberbranie. Iedereen moest naar mijn pijpen dansen, want ik was het grote talent.”
Daarbij stelde de begeleiding in die tijd - midden jaren zeventig - ook geen bal voor. “Een heel triest milieu vond ik het, heel beperkt. Er is altijd meer dan datgene waarmee je bezig bent, en daarom concentreerde ik me toen niet voor de volle honderd procent op dat voetbal.”
Brusselmans wilde zijn voetbalambities combineren met andere interesses. “Ik wilde het per se combineren, wilde ook naar de universiteit, maar dat ging gewoon niet.”
Als ze je betrapten met een boek, schrokken ze zich kapot: “Hela, met wat voor een idioot hebben we hier van doen?” Terwijl ik er wel degelijk voor leefde en net zo goed als andere jongens met een bal ging slapen.
Hij had geen behoefte om zijn hele bestaan aan voetbal ondergeschikt te maken. “Ook als schrijver ben ik geen vakidioot, geen one track mind. Ik moet óók dat voetbal zien, ik moet óók op de terrasjes naar de wijven kijken.”
Brusselmans kijkt zonder veel spijt terug op de carrière die hij niet heeft gehad. “Ik heb geen verdriet om mijn mislukte profcarrière, want daar had ik zelf de hand in. Ik heb verdriet om de dood van mijn moeder.”
Voetbal en persoonlijkheid
Brusselmans was geen speler die zich uitsluitend door het voetbal liet definiëren. Hij omschreef zichzelf ook als iemand die niet volledig in één wereld wilde opgaan.
“Ik ben altijd voor Nederland, tenzij ze tegen de Belgen spelen. En ik ben ook altijd voor Ajax en Feyenoord. Alleen PSV doet me niets.”
Ajax en Feyenoord zijn volgens hem mythische clubs. Manchester United is uiteraard ook mythisch. Niet alleen om de tragiek die over die club hangt, maar voor hem vooral om de persoon van George Best, “een echte rock-’n-roll-voetballer”.
“Het Nederlands elftal van ’74 bestond bijna uitsluitend uit rock-’n-roll-voetballers. Dat maakte het zo mooi. Het is spijtig dat wij nooit zulke spelers hebben.”
Over het Belgische voetbal sprak hij met respect, maar zonder een onbeperkte bewondering. “Ik heb zeer veel respect voor ‘onze jongens’, maar geen grenzenloze bewondering.”
De voetbalwedstrijden die indruk maakten
Brusselmans zegt dat hij maar weinig historische wedstrijden van de Belgen heeft meegemaakt. De wedstrijd België-Rusland, die in 1986 in Mexico eindigde in 4-3, noemt hij wel als een van de uitzonderingen.
Ook de wedstrijd tegen Nederland in De Kuip, in de beslissingswedstrijden om de kwalificatie voor dat WK, is hem bijgebleven. “Maar twee is toch wat weinig, hè.”
Zijn historische Belgische nederlaag is die tegen de Duitsers in de EK-finale van 1980. “De 2-1 van die verschrikkelijke Horst Hrubesch, das Ungeheuer, één minuut voor tijd, daar ben ik kapot van geweest.”
Voetbal als bron van emotie
“Het voetbal roept emoties op die je zelden op een andere manier beleeft.” Voor Brusselmans gaat voetbal niet alleen over tactiek, resultaten of spelers, maar ook over collectieve spanning en ontlading.
“Zie ik Racing Genk kampioen worden en zie ik al die Limburgse idioten feestvieren, dan heb ik een krop in m’n keel.”
Juichen doet hij naar eigen zeggen tamelijk ingetogen sinds hij eens met zijn eerste vrouw en haar vader in diens huis een belangrijke wedstrijd van Anderlecht zat te kijken.
Hij had een Anderlecht-petje op zijn hoofd en een Anderlecht-sjaal om zijn nek. Toen Anderlecht scoorde, sprong hij overeind en begon hij als een dolle met die sjaal te zwaaien.
Toen de sjaal verstrikt raakte in een schemerlamp achter hem, kwamen niet alleen die lamp maar ook het halve pleisterwerk van de muur naar beneden. “Zoiets drukt de pret wel een beetje.”
Zijn uitgesproken kijk op voetbal
Brusselmans kijkt meestal alleen naar voetbal. Mensen die het eigenlijk niet interesseert, kan hij er niet bij hebben omdat ze zijn aandacht verstoren.
Zijn uitspraken over vrouwen en voetbal waren uitgesproken en provocerend. “En vrouwen en voetbal, dat is helemaal een waardeloze combinatie. Als een vrouw al iets over voetbal te melden heeft, dan gaat het altijd over de buitenkant.”
Als iemand over een voetballer zegt dat hij een lekkere kerel is, reageert Brusselmans op zijn eigen grove manier. “Schat, Del Piero is een flikker!”
Daarbij maakte hij zelf een uitzondering voor Del Piero als voetballer: “Nou ja, bij Del Piero heb je wel een probleem, want dat is natuurlijk een fantastische voetballer.”
Zijn vriendin Tania wist hem naar eigen zeggen mede te versieren door te zeggen dat zij ook van voetbal hield. Bij de eerste serieuze test, een wedstrijd van Anderlecht, had hij echter al na twee seconden door dat ze er niets van wist.
“Zij is de enige mens die ik dat ooit vergeven heb. We kijken nog wel eens samen, maar dan zie ik toch na vijf minuten haar hand naar de Vogue glijden.”
Van voetballer naar student
Toen Brusselmans zijn voetbalcarrière niet voortzette, besloot hij te gaan studeren. Hij koos voor Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit van Gent, met Engels als hoofdvak en Nederlandse literatuur als bijvak.
Hij besliste om te gaan studeren en zocht het in talen. Dat was ook niet de uitgekozen richting voor Herman, of misschien wel, maar hij bracht meer tijd door op café dan op school.
Brusselmans loopt de kantjes eraf, zit vaker in het café dan in de collegebanken en neemt al snel een baantje aan in een bibliotheek. Hij werkte in de ontspanningsbibliotheek van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Brussel.
Tijdens zijn studiejaren komt hij voor het eerst echt met literatuur in aanraking. In zijn jeugd speelde literatuur nauwelijks een rol: thuis werd er niet gelezen en ook op school kreeg literatuur weinig aandacht.
Wel heerste er in het milieu van veehandelaren een rijke orale traditie. De vaak kleurrijke veehandelaren troefden elkaar af met geouwehoer en sterke verhalen.
De overgang van voetbal naar literatuur
Pas tijdens zijn toevallig gekozen studie aan de universiteit van Gent komt Herman in aanraking met literatuur. Brusselmans zegt dat literatuur heel lang in hem heeft gesluimerd, maar er pas tijdens de studietijd uit is gekomen.
“Het zit in uw lijf of het zit er niet in (…). Schrijver dat bén je. Ge voelt dat ook.”
Hij gaat schrijven voor het studieblad Germaniak, veelal absurde verhaaltjes die “tegen het gedoe aan de Uniev” waren gericht. Zijn grootste drijfveer is toch echter amuseren en niet zozeer de structuren binnen de universiteit te veranderen.
Tijdens zijn studie ontdekt Brusselmans het genot van alcoholische versnaperingen. Vooral overdag zit hij in het café, ’s avonds keert hij terug naar zijn ouders om hen te helpen in het bedrijf.
Zijn studievriendin Gerda, met wie hij later ook zal trouwen, houdt Brusselmans in het gareel en zorgt dat hij zijn studie afmaakt. Na zijn studie gaat Brusselmans werken als bibliothecaris in Brussel.
Tussen de boeken richt hij zich meer en meer op het zelf schrijven. Langs die weg is hij zich beginnen verdiepen in lezen, van lezen kwam schrijven, en van schrijven kwam boeken uitbrengen.
De start van zijn schrijverschap
Brusselmans besluit een manuscript op te sturen naar een kleine uitgeverij en pas een jaar later krijgt hij een positief antwoord. Zijn debuut verschijnt in 1982: een verhalenbundel met de fraaie titel Het zinneloze zeilen.
De bundel bevat vier humoristische en ontregelende verhalen en de kritiek is vrij positief. Men is onder de indruk van zijn Salingeriaanse stijl.
Brusselmans krijgt de smaak te pakken en blijft schrijven en schrijven. Het ene boek volgt het andere op, een roman volgt op een novelle, en tussendoor schrijft hij ook nog korte verhalen, toneelstukken en essays.
Zijn tweede boek, Prachtige ogen, krijgt in 1984 de Yang-prijs toegekend. In de jaren tachtig vormt Brusselmans samen met Kristien Hemmerechts en Tom Lanoye een nieuwe lichting in de Vlaamse literatuur.
Samen met Tom Lanoye schrijft hij het toneelstuk De Canadese muur. Vanaf 1987 wordt Brusselmans beroepsschrijver.
De voetbalinvloed in zijn schrijverschap
Het relativeren, wat bij voetbal uit den boze was, bleek in zijn schrijverschap goed van pas te komen. Brusselmans verwerkt zijn eigen leven, herinneringen en interesses in een sterk autobiografisch oeuvre.
Alle romans en verhalen kennen een hoge autobiografische graad. De man die werk vond bijvoorbeeld handelt over zijn baantje als bibliothecaris.
Zijn hoofdpersonages hebben veel van Brusselmans zelf weg, vaak in de overtreffende trap. Zij drinken, roken, neuken, vloeken en schelden, worden geplaagd door angst en eenzaamheid, vervelen zich en gedragen zich zoals je eigenlijk niet hoort te gedragen.
Ook voetbal maakt deel uit van het bredere beeld van Brusselmans als schrijver: hij is geen one-track-mind-auteur die zich uitsluitend met literatuur bezighoudt.
“Ik zou echt geen betere boeken schrijven als ik vierentwintig uur per dag met schrijven bezig was. Dít is wat er in zit. Als het niet volstaat, dan ligt het gewoon aan mijn talent.”
De schrijver als voetbalanalist
Herman Brusselmans is een van de meest succesvolle romanschrijvers van Vlaanderen. In zijn jonge jaren was hij echter ook een begenadigd voetballer en nog steeds is hij een scherpe voetbalanalist.
Vanwege zijn humor wordt hij nog dikwijls gevraagd om zijn licht te laten schijnen over de voetbalwereld. Zijn analyses zijn niet altijd technisch of neutraal, maar vallen op door persoonlijke observaties, uitgesproken voorkeuren en provocerende humor.
Brusselmans spreekt over voetbal zoals hij over literatuur en het dagelijks leven spreekt: met sterke meningen, overdrijving, ironie en weinig behoefte om iedereen tevreden te stellen.
De Woody’s: zijn eigen minivoetbalclub
Brusselmans is ook trainer van de minivoetbalclub De Woody’s. De club is genoemd naar zijn overleden hond Woody.
Bij De Woody’s voetbalt onder andere ex-Rode Duivel Gunther Schepens. Samen met Schepens gaf Brusselmans in Waarom België (geen) wereldkampioen wordt op onderhoudende wijze antwoord op de titelvraag.
Zijn betrokkenheid bij De Woody’s laat zien dat voetbal ondanks zijn gemiste profcarrière een blijvende plaats in zijn leven heeft behouden. Hij speelde geen langdurige carrière op het hoogste niveau uit, maar bleef actief als voetballiefhebber, analist en trainer.
De combinatie van voetbal, cafés en schrijven
Brusselmans is geen vakidioot, niet als schrijver en destijds ook niet als voetballer. Hij wil verschillende werelden naast elkaar laten bestaan.
“Ik moet óók dat voetbal zien, ik moet óók op de terrasjes naar de wijven kijken.” Deze uitspraak vat zijn levenshouding samen: schrijven is belangrijk, maar niet het enige waarvoor hij belangstelling heeft.
Ook zijn vroege voetbalervaringen passen bij dat beeld. Hij leefde wel degelijk voor het spel en ging net zo goed als andere jongens met een bal slapen, maar hij wilde tegelijk studeren, nadenken, cafés bezoeken en zijn eigen weg zoeken.
De blijvende betekenis van zijn voetbalverleden
De voetbalcarrière van Herman Brusselmans eindigde voordat hij prof werd, maar het verhaal bleef een vast onderdeel van zijn publieke imago. Zijn talent bij Vigor Hamme, zijn periode bij SK Lokeren en het geweigerde profcontract vormen samen een opvallend hoofdstuk in zijn biografie.
Brusselmans had de kwaliteiten om voetballer te worden, maar zijn karakter werkte in twee richtingen. Zijn zelfstandigheid, kritische blik en neiging om veel na te denken maakten een traditioneel profbestaan moeilijk, terwijl diezelfde eigenschappen later belangrijk werden voor zijn schrijverschap.
Hij werd geen beroepsvoetballer, maar voetbal verdween nooit uit zijn leven. Het bleef aanwezig in zijn interviews, columns, televisieoptredens, analyses en activiteiten met De Woody’s.
De man die ooit als linksbuiten bij Vigor Hamme speelde en dicht bij een profcontract bij Lokeren stond, werd uiteindelijk vooral bekend als schrijver. Toch verklaart juist zijn voetbalverleden waarom hij zichzelf nooit als eenzijdige kunstenaar zag.
tags: #herman #brusselmans #voetballer