Welke nazi was het hoofd van de SS-divisie Handschar?

De SS-divisie Handschar stond onder Duits bevel van Heinrich Himmler, de Reichsführer-SS en het hoofd van de SS. De militaire commandant van de 13e Waffen-Gebirgs-Division der SS „Handschar” was echter SS-Brigadeführer en Generalmajor der Waffen-SS Karl-Gustav Sauberzweig.

De belangrijkste nazi-politicus achter de oprichting van de divisie was Heinrich Himmler, terwijl Adolf Hitler op 13 februari 1943 toestemming gaf voor het oprichten van de Kroatische eenheid. De grootmoefti van Jeruzalem, Hajj Amin al-Hoesseini, speelde vervolgens een belangrijke rol bij de ideologische propaganda en de rekrutering van Bosnische moslims.

Het onderscheid tussen Himmler, Sauberzweig en al-Hoesseini

Heinrich Himmler was vanaf 1929 Reichführer-SS en kreeg daarmee de leiding over de SS. Himmler bleef tot het eind van de oorlog aan het hoofd staan van de SS. Later kreeg hij ook de macht over onder meer de Duitse politiemacht en de Gestapo.

De Handschar-divisie ontstond in februari 1943. Het was in deze omstandigheden dat in februari 1943 de Handschar-divisie ontstond. De Duitse bezetters, die goed beseften dat ze meegesleurd waren in een waar wespennest waar het steeds moeilijker werd om vriend van vijand te onderscheiden, waren al in januari 1942 begonnen met het rekruteren van lokale SS-vrijwilligerseenheden in de OSK en in andere stukken van Joegoslavië.

De Handschar-divisie zelf werd opgericht op initiatief van Heinrich Himmler, met Adolf Hitlers toestemming. Het feitelijke militaire bevel lag bij Duitse SS-officieren, onder wie Karl-Gustav Sauberzweig. Een onderschrift bij een foto vermeldt hem als SS-Brigadeführer en Generalmajor der Waffen-SS en als commandant van de 13e SS-divisie Handschar tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Al-Hoesseini was dus niet de formele commandant van de divisie. Hij was de grootmoefti van Jeruzalem en een belangrijke bondgenoot van nazi-Duitsland, die zijn religieuze gezag inzette om moslimvrijwilligers voor Waffen-SS-formaties te werven en nazi-propaganda onder moslimgemeenschappen te verspreiden.

Heinrich Himmler in SS-uniform

Waarom werd de Handschar-divisie opgericht?

Naar het einde van de Tweede Wereldoorlog toe bestond een aanzienlijk deel van de nazi-Duitse strijdkrachten uit etnische Duitsers van buiten het Duitse rijk en uit niet-Duitsers uit West- en Centraal-Europa, de Sovjet-Unie en Joegoslavië. In die brede waaier aan etnische groepen en nationaliteiten − waaronder Belgen en Nederlanders − zaten ook Bosniërs, met twee eigen SS-divisies.

Het verhaal van een militair-ideologisch experiment om moslims voor de nationaalsocialistische zaak te winnen, speelde zich af tegen de achtergrond van de Joegoslavische burgeroorlog die binnen de Tweede Wereldoorlog woedde. De Handschar en haar Kama-zusterdivisie waren dus ontstaan in de specifieke context en -oorlogsomstandigheden van Joegoslavië.

De bedoeling was dat inheemse SS-troepen politietaken en guerrillabestrijding zouden overnemen, in plaats van hiervoor uitsluitend te vertrouwen op het leger en gendarmerie van de OSK en de onberekenbare Ustaša-milities. Van de volks-Duitse en Bosnische divisies werd verwacht dat zij hun eigen volksgemeenschappen beschermden, meedraaiden in de plaatselijke economie om in hun levensonderhoud te voorzien, en met hun goede terreinkennis het Joegoslavische communistische verzet gingen bestrijden.

Vanaf 1943 liet de inzet van plaatselijke eenheden ook toe om rijks-Duitse soldaten van het Joegoslavische front naar het Oostfront over te plaatsen. De SS zette ook lokale hulptroepen in voor de bewaking van de ijzererts- en bauxietmijnen in Bosnië en Hercegovina die grondstoffen leverden voor de industrieën in Duitsland.

Bosnië en de Onafhankelijke Staat Kroatië

De Bosniërs of Bošnjaci zijn een zuidelijk Slavisch volk dat een variant van het Servo-Kroatisch spreekt. Het onderscheidt zich van de etnisch-verwante Kroaten en Serviërs doordat het de soennitische islam en niet het katholieke of orthodoxe christendom aanhangt.

Hun voorouders hadden zich geleidelijk tot de islam bekeerd nadat het Ottomaanse rijk in de tweede helft van de vijftiende eeuw het oude koninkrijk Bosnië en Hercegovina was binnengevallen en had geannexeerd. Tegen het jaar 1600 bestond de bevolking van Bosnië overwegend uit moslims.

Na het einde van de Ottomaanse heerschappij in de regio in 1878 werden Bosnië en Hercegovina tot 1918 protectoraten en later autonome rijksgebieden van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, voor zij tot 1941 in het koninkrijk Joegoslavië terechtkwamen.

Van april 1941 tot mei 1945 maakten de gebieden van Bosnische moslims deel uit van de zogenaamde Onafhankelijke Staat Kroatië - de OSK − die was opgericht na de capitulatie van het Joegoslavische leger tegen de Duisters en Italianen en de opheffing van het Joegoslavische koninkrijk.

De OSK, die heel het huidige Kroatië − met uitzondering van Istrië en stukken Dalmatië −, heel Bosnië-Hercegovina en een paar districten van Servië omvatte, was in naam onafhankelijk maar in de praktijk een protectoraat van de as-mogendheden.

Nazi-Duitsland bezette het binnenland, met inbegrip van Bosnië en Hercegovina. Fascistisch Italië bezette tot het najaar van 1943 de Dalmatisch-Adriatische kust en zijn onmiddellijke achterland. Het installeerde ook een Italiaanse prins als officiële koning van Kroatië.

Kaart Onafhankelijke Staat Kroatië 1942

Het feitelijke staatshoofd van de OSK was echter premier Ante Pavelić die ook de poglavnik of leider van de fascistische Ustaša-beweging was. Hoewel de OSK was opgericht als een groot-Kroatisch thuisland, bestond slechts de helft van zijn 6,5 miljoen inwoners uit ‘eigenlijke’, rooms-katholieke, Kroaten.

Serviërs en andere orthodoxe christenen maakten ongeveer een derde, en de ongeveer 717.000 moslims, hoofdzakelijk Bosniërs, meer dan een tiende van de bevolking van de OSK uit.

Om het aandeel etnische Kroaten in het land op te drijven en de opkomst van een Bosnische nationale beweging tegen te gaan, werden de Bosnische moslims dus niet als een aparte etnische groep geteld maar beschouwd als etnische Kroaten van islamitische in plaats van rooms-katholieke geloofsbelijdenis.

Het OSK-bewind erkende officieel ook de soennitische islam naast het rooms-katholicisme als geloof van de Kroatische natie. De Bosniërs en hun notabelen en geestelijke hiërarchie hadden doorgaans gemengde gevoelens bij de OSK en het bewind van Pavelić.

Zoals veel Kroaten verwelkomde een deel van de Bosniërs de oprichting van een onafhankelijk Kroatië aanvankelijk als een soort bevrijding van het sterk door Serviërs gedomineerde Joegoslavische koninkrijk.

Kroatisch-Bosnische moslims waren ook vertegenwoordigd in het parlement van de OSK − waarin ze een quotum van zes procent van de zetels kregen toebedeeld −, in de gendarmerie en in de reguliere strijdkrachten. Twee van de twintig ministers in de OSK-regering waren Bosnische moslims.

De Joegoslavische burgeroorlog binnen de Tweede Wereldoorlog

De Ustaša-beweging raakte gedomineerd door ultranationalisten die van Kroatië zo snel mogelijk een etnisch zuivere samenleving wilden maken. Haar beruchte paramilitaire eenheden en doodseskaders gingen zich steeds driester te buiten aan het terroriseren van etnische en religieuze minderheden.

Vooral de orthodoxe Servische bevolking van de Krajina, Bosnië en Oost-Slavonië moest het ontgelden. Ze werd het mikpunt van internering, uitroeiing, gedwongen bekering tot het roomse geloof, of verdrijving naar het eveneens bezette Servië.

De Ustaša beheerde ook een twintigtal concentratiekampen, waarvan Jasenovac het grootste was. De schatting over het aantal etnische Serviërs dat in die periode omkwam lopen sterk uiteen, maar draaien rond het half miljoen op een Servische bevolking in de OSK van zo’n twee miljoen.

Hoewel de moslims van Bosnië en Hercegovina officieel als volwaardige Kroaten werden erkend, werden velen toch bang dat zij na de Serviërs wel eens het volgende doelwit van de Ustaša-doodseskaders konden worden.

Soms vielen losse groepen Ustaša Bosnische dorpen aan. En omdat ze als Kroaten werden beschouwd, werden Bosniërs ook het mikpunt van Serviërs die hun omgebrachte volksgenoten en familieleden wilden wreken.

Het kenmerkte de Joegoslavische burgeroorlog-binnen-de-wereldoorlog die al vanaf 1941 woedde op het grondgebied van de OSK en in Bosnië en Hercegovina in het bijzonder.

Kroatische nationalisten, Servische en Bosnische zelfverdedigingsgroepen, Servische royalisten die het koninkrijk Joegoslavië wilden herstellen en communisten die een socialistische federatie Joegoslavië wilden bevochten elkaar.

Allemaal werden ze nu eens wel en dan weer niet gesteund door de as-mogendheden, de westerse geallieerden en de Sovjet-Unie. En zeker op het platteland bestonden tal van allianties die meer ingegeven waren door lokale, persoonlijke netwerken en oude plaatselijke vetes dan door ideologische scheidingslijnen.

Bosniërs, die zeker onder de Serviërs niet alleen werden gezien als Kroaten en OSK-aanhangers maar ook als ‘Turken’ en protegés en handlangers van de oude Ottomaanse bezetter, deelden zwaar in de klappen.

Naar schatting kwam zo’n tiende van hun bevolking tijdens de burgeroorlog van 1941-1945 om. Om hun dorpen en gemeenschappen te beschermen organiseerden ze, al dan niet onder het reguliere OSK-leger, eigen milities en gewapende burgerwachten.

Sommige Bosniërs besloten zich aan te sluiten bij de Joegoslavische communisten die tenminste een multi-etnische achterban hadden en religieuze vrijheid beloofden. Maar velen waren op de hoogte van de behandeling die de islamitische religie en de gelovige moslims in de communistische Sovjet-Unie van de jaren 1920 en 1930 te beurt was gevallen en pasten dus om gemene zaak te maken met de communisten in eigen land.

De oprichting van de 13e SS-divisie Handschar

Een deel van de Bosniërs en Bosnische notabelen begon in de Duitse bezetter steeds meer een ‘neutrale’, externe kracht in het burgerconflict te zien. Oudere notabelen en veteranen die nog in het Oostenrijks-Hongaarse leger hadden gediend, herinnerden zich ook de lokale autonomie en de rechten die de Bosniërs onder de dubbelmonarchie genoten.

Hoewel de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie absoluut niet vergeleken kan worden met het rijk en het systeem van de nazi’s, hoopte een deel van de Bosniërs door collaboratie in de naoorlogse Duitse orde een gelijkaardige autonomie en bejegening te krijgen.

De Duitse bezetters begonnen al in januari 1942 met het rekruteren van lokale SS-vrijwilligerseenheden in de Onafhankelijke Staat Kroatië en in andere delen van Joegoslavië. De eerste plaatselijke SS-eenheden werden om voor de hand liggende redenen gerekruteerd onder de etnische Duitsers van het oude Joegoslavië.

Op 13 februari 1943, kort nadat Duitsland de Slag om Stalingrad verloren had, gaf Hitler toestemming tot het oprichten van deze Kroatische eenheid. De Handschar-divisie telde op haar hoogtepunt zo’n 23.000 manschappen.

Het voetvolk en de onderofficieren, in meerderheid afkomstig van het platteland, bestond uit Bosnische moslims. De divisiehoofden en de meeste van de 360 Handschar-officieren waren Joegoslavische volks-Duitsers.

De divisie werd officieel als een Kroatische vrijwilligersdivisie van de SS aangeduid, maar maakte geen deel uit van het geregelde Kroatische regeringsleger en evenmin van de Ustaša-milities.

Ze was samengesteld uit Bosnische moslims, katholieke Kroaten en Joegoslavische volks-Duitsers. De divisie stond onder Duitse SS-leiding en werd betaald en uitgerust als onderdeel van de Waffen-SS.

De naam, uniformen en symbolen

De Handschar en Kama waren respectievelijk genoemd naar een Ottomaans kromzwaard − handžar in het Kroatisch − en naar een traditionele Bosnische dolk.

De Turkse fez die bij het uniform hoorde, moest ook door de Duitse bevelhebbers worden gedragen. Op deze fez ontbreekt de adelaar die normaal boven de doodskop stond.

De Waffen-SS rekruteerde aanvankelijk voornamelijk vrijwilligers uit landen waarvan de nationaalsocialisten de bevolking als 'Arisch' beschouwden, zoals Denemarken en Nederland.

Toen Duitsland behoefte had aan meer soldaten liet de Waffen-SS vrijwel iedereen toe, dus ook mensen die zij als 'niet-Arisch zagen'. Aan het einde van de oorlog was meer dan de helft van de eenheden van de Waffen-SS niet-Duits.

De SS probeerde de islamitische identiteit van de Bosnische rekruten zichtbaar te verbinden met de symboliek van het Derde Rijk. De uniformen en emblemen combineerden islamitische verwijzingen met SS-symbolen, waaronder de kromzwaardmotieven en de doodskop.

De verbinding tussen het hakenkruis en de islam in de Handschar-divisie werd zo doelbewust vormgegeven dat zij ook tot in de uniformdetails zichtbaar was. Op de kraaginsignes stond een hand die een kromzwaard vasthield boven een hakenkruis.

De fez werd een herkenbaar symbool van de combinatie van islamitische beeldtaal en Waffen-SS-iconografie.

Handschar-fez met SS-symbolen

Training, muiterij en inzet

De SS stuurde een aantal Bosniërs en katholieke Kroaten voor militaire training naar het zuiden van Frankrijk. Maar toen bleek dat de SS-leiding, tegen de oorspronkelijke belofte in, van plan was om daar de Bosniërs in te zetten tegen het maquis − het Franse gewapende verzet − in plaats van in hun thuisland, brak in september 1943 één van de grootste muiterijen uit die de militaire SS in haar eigen rangen heeft gekend.

Andere manschappen werden opgeleid in kampen in het Duitse Silezië voor ze werden ingezet in Bosnië en Herzegovina. De grootmoefti bezocht de Handschar-troepen en ging met hen op de foto in hun opleidingskampen in Silezië, Sarajevo en het zuiden van Frankrijk.

Na de training in Frankrijk en Silezië werd de divisie in 1944 ingezet tegen partizanen in Syrmië en Oost-Bosnië. De Handschar-divisie werd voornamelijk ingezet in Joegoslavië tegen de partizanen van Tito.

De divisie werd ook ingezet voor politie- en veiligheidstaken in Hongarije. De eenheid nam deel aan gevechten tegen partizanen, aan represailles tegen burgers en aan de vervolging van Joden in Zuidoost-Europa.

Hoewel de divisie enige tactische successen behaalde en bekwaamheid toonde in de guerrillabestrijding in Oost-Bosnië, werd zij vooral berucht om haar extreme wreedheid en haar misdaden tegen Servische, islamitische en Joodse burgers.

De veiligheidszone in Noordoost-Bosnië

In Noordoost-Bosnië opereerden Handschar-manschappen in een aangewezen veiligheidszone waar zij vrijwel volledige militaire en politiële macht uitoefenden.

Deze veiligheidszone was een afgebakend gebied binnen de Onafhankelijke Staat Kroatië waarover de divisie volledige militaire en politiële autoriteit had. Officieel werd het gebied gerechtvaardigd als middel om partizanenactiviteiten te onderdrukken en de orde te handhaven.

In de praktijk werd het een plaats van systematische massamisdrijven, waaronder executies van krijgsgevangenen, grootschalige moordpartijen op burgers, willekeurige arrestaties, deportaties en wijdverbreide terreur tegen de plaatselijke bevolking.

De zone lag in Noordoost-Bosnië, waar Handschar-manschappen vrijwel straffeloos opereerden. Zij werd begrensd door de rivieren Spreča, Sava, Drina en Bosna en omvatte delen van Majevica, Semberija en Posavina.

Het gebied was gericht op Bačka en Syrmië, waar etnische Duitsers woonden en waar eveneens een SS-divisie actief was. De veiligheidszone vormde de eerste praktische stap naar de door de SS gehoopte autonomie van Bosnië onder Duitse bescherming.

Een gedocumenteerd geval betreft een groep van tweeëntwintig Joden die als dwangarbeiders werden ingezet en door Handschar-leden werden vermoord in een veiligheidszone bij Tuzla.

Na de Duitse bezetting van Hongarije in maart 1944 begonnen de massale deportaties van Hongaarse Joden. Het overgrote deel werd rechtstreeks naar Auschwitz gestuurd, terwijl kleinere groepen als dwangarbeiders werden ingezet in kampen in Bosnië, onder meer voor de bouw van verdedigingswerken tegen partizanenaanvallen.

SS Handschar division 1943-1945 #ww2 #history #balkan

De rol van Heinrich Himmler

Het was vooral Heinrich Himmler, het hoofd van de SS, die vanaf 1943 grootse plannen had met islamitische strijders. Bij Hitler stuitten deze plannen vooral op scepsis.

In de loop van 1943 probeerde Himmler zijn SS te versterken met islamitische soldaten. Dit zorgde voor spanningen met de Wehrmacht, omdat de SS die soldaten van de Wehrmacht probeerde over te nemen.

De ambitie van Himmler om tot een zuiver islamitisch SS-korps te komen is nooit gerealiseerd. De door Himmler zo fel begeerde Handschar-divisie bleek een mix te zijn van “Volksdeutschen, katholieke Kroaten en islamitische Bosniërs, in Duits uniform met Kroatisch wapenschild en een SS-salaris”.

Naast het mobiliseren van de moslims van de Kaukasus en Bosnische moslims, was er nog een kleiner initiatief van de SS om ook in Albanië soldaten te rekruteren. Dit leidde tot de eenheid Skanderbeg, maar dit project is nooit bijzonder succesvol geweest.

De Handschar-divisie was onderdeel van Himmlers bredere poging om niet-Duitse moslims in te zetten tegen het communisme en tegen de geallieerden. De ambitie om een volledig islamitisch SS-korps op te richten werd echter nooit verwezenlijkt.

De rol van Amin al-Hoesseini

Om de moslims in te kunnen zetten in hun oorlog tegen het communisme en tegen de geallieerden - die toen nog een koloniaal bestuur of een protectoraat voerden over talrijke islamitische gewesten en landen - probeerden de nazi’s een soort ‘synthese’ tussen nationaalsocialisme en islam te propageren.

Hiervoor hadden ze de medewerking van een hoge islamitische autoriteit nodig. Dat werd geen Bosniër, maar de erg controversiële grootmoefti van Jerusalem, Hajj Amin al-Hoesseini.

Als hoge islamitische rechtsgeleerde en fervente Arabische nationalist, voerde die tussen 1920 en 1939 verschillende Palestijnse opstanden aan tegen de toenemende joodse immigratie in Palestina.

Later keerde hij zich ook tegen het Britse mandaatbewind in Palestina omdat het naar zijn mening niets ondernam om de joodse immigratie te stoppen. In april 1941 steunde hij ook actief de anti-Britse coup van al-Gailani in Irak.

Enkele maanden later trok al-Hoesseini naar Duitsland waar hij tot aan het einde van de oorlog bleef en bij de hoogste nazitop steun probeerde te werven voor de Arabische onafhankelijkheid.

In Duitsland bouwde hij rechtstreeks contact op met de top van het Derde Rijk, waaronder Adolf Hitler. Later zette hij op initiatief van Heinrich Himmler zijn religieuze autoriteit in om moslimvrijwilligers voor Waffen-SS-formaties te werven.

Hij speelde een belangrijke rol bij het mobiliseren van manschappen voor eenheden zoals de 13e Waffen-Gebirgs-Division der SS Handschar, de 21e Waffen-Gebirgs-Division der SS Skanderbeg en de 23e Waffen-Gebirgs-Division der SS Kama.

Tegelijkertijd voerde hij intensieve propagandacampagnes onder moslims in de regio om bredere steun voor nazi-Duitsland veilig te stellen. Hij werkte mee aan ideologische pamfletten en aan pro-Duitse en antisemitische propaganda voor de Handschar-manschappen en voor moslims in het algemeen.

Al-Hoesseini sprak regelmatig op de Duitse radio en stelde Joden voor als “de felste vijanden van de moslims”. Hij riep Arabieren openlijk op om de nazi-“Endlösung” te steunen.

Om de moslims te tonen dat de nazi’s het goed met hen voorhadden, moesten Handschar-manschappen en andere Bosniërs regelmatig figureren in propagandafilms en fotosessies.

De grootmoefti van Jeruzalem bezocht de Handschar-troepen en ging met hen op de foto in hun opleidingskampen in Silezië, Sarajevo en het zuiden van Frankrijk. Een foto toont al-Hoesseini samen met Karl-Gustav Sauberzweig op het militaire oefenterrein Neuhammer in Silezië.

Al-Hoesseini en Sauberzweig in Silezië

Imams en ideologische indoctrinatie

Hadden de SS-eenheden, in tegenstelling tot het geregelde Duitse leger, geen kapelaans en legeraalmoezeniers omwille van de antipathie van de SS-leiding voor het christendom, dan kregen de Kroatisch-Bosnische SS-divisies eigen divisie- en bataljon-imams die werden geselecteerd en opgeleid door de groep rond al-Hoesseini.

Omdat één religieuze figuur, zelfs een zo prominente figuur als de grootmoefti, niet volstond, had vrijwel ieder bataljon een imam. Deze imams waren verantwoordelijk voor de ideologische indoctrinatie van de manschappen.

Op die manier zijn een aantal divisie-imams en sommige manschappen wel geïnteresseerd geraakt in de Arabische zaak en in de islamitische wereld buiten Bosnië.

Een van de bekendste was de islamitische theoloog Husein Đozo, die als divisie-imam in Handschar diende en een uitgesproken propagandist voor de Holocaust werd.

In tegenstelling tot de 21e SS-divisie Skanderbeg, waarvan de leden een religieuze eed over de Koran aflegden waarin zij “jihad tegen de kuffar” beloofden, werd het begrip jihad bij Handschar niet expliciet gebruikt.

Omgekomen leden van de divisie werden officieel wel als shahids behandeld, een islamitische religieuze term die letterlijk “getuige” of “martelaar” betekent en wordt gebruikt voor moslims die in de strijd zijn gedood.

Binnen de SS werd de islamitische religie veel breder uitgemeten dan bij de Wehrmacht. Zo werd er een imamopleiding gestart en waren er legerimams actief in de SS.

Dit is opvallend, omdat, anders dan bij de Wehrmacht, er bij de SS geen legerpredikanten of aalmoezeniers werkten. Er bestaat ook een factuur voor vijftig Duitse Koranvertalingen die bestemd waren voor SS-officieren.

Propaganda over islam en antisemitisme

Handschar-leden lazen een pamflet met de titel ‘Islam und Judentum’, dat in juni 1943 werd verspreid. Het pamflet was bedoeld om moslims ideologisch te mobiliseren voor de politiek van het Reich.

Als grootmoefti van Jeruzalem schreef en ondertekende Mohammed Amin al-Hoesseini persoonlijk het propagandapamflet Islam und Judaism, dat in 1943 in Zagreb werd gepubliceerd.

De tekst gebruikte de vroege islamitische geschiedenis en de betrekkingen tussen de profeet Mohammed en de Joden om religieuze verhalen op cynische wijze om te vormen tot een instrument voor chauvinistische en antisemitische doeleinden.

Het duidelijke doel van het document was geweld tegen Joden te normaliseren en te rechtvaardigen. De propaganda verbond de nazi-ideologie aan religieuze argumenten en presenteerde de strijd tegen Joden en communisten als een gezamenlijke politieke en militaire opdracht.

De mobilisering van Bosnische moslims voor de Duitse oorlogsmachine en de oprichting van de 13e SS-divisie Handschar waren nauw verbonden met al-Hoesseini. Toch was hij niet de bevelhebber van de divisie; die functie lag bij Duitse SS-officieren.

Motieven van de Bosnische rekruten

De meeste manschappen werden gedreven door lokale toestanden in Bosnië zelf en door anticommunisme, eerder dan door internationaal jihadisme en de situatie in de Arabische regio en de bredere islamitische wereld.

De Handschar en Kama vormden een blauwdruk en een proefproject voor andere gevechtseenheden die de SS wilde opzetten voor moslims, in de eerste plaats voor Centraal-Aziatische, Tataarse en Kaukasische moslims uit de Sovjet-Unie.

Veel van deze mannen waren overgelopen uit wrok over de wandaden van het stalinisme in de jaren 1930 of waren door de Duitse strijdkrachten gerekruteerd onder de vele Sovjet-krijgsgevangenen.

De Duitsers maakten gebruik van de gespannen verhouding tussen het Sovjetregime en islamitische Azerbeidzjanen, Turkmenen en Tataren. Het was dus niet zo dat er door de Wehrmacht direct werd geappelleerd aan islamitisch antisemitisme.

Net als andere westerse mogendheden dat in de 20e eeuw zouden doen - denk aan de Westerse steun aan de Afghaanse moedjahedien die tegen de Russen vochten - werd de islam gemobiliseerd uit politiek en militair opportunisme.

Dezelfde werkwijze werd overigens ook gevolgd ten aanzien van de overwegend christelijke Armeniërs en de Kozakken. Ook in de Eerste Wereldoorlog was er een alliantie tussen de islam en Duitsland.

Voor veel Bosnische rekruten woog de afkeer van het communisme zwaarder dan sympathie voor het nationaalsocialisme. De islamitische identiteit werd door de SS wel gebruikt voor propaganda, rekrutering en disciplinering.

De bredere Waffen-SS

In 1925 werd de SS opgericht door Adolf Hitler. De organisatie maakte onderdeel uit van de SA, de Sturmabteilung, een knokploeg opgericht door Hitler.

De SS bestond op dat moment uit acht man en was verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van Hitler en moest de partijbijeenkomsten van de NSDAP bewaken.

Het was op dit moment nog een kleine beweging, een soort partijpolitie, en ondergeschikt aan de NSDAP. In 1929 had de SS 280 leden en drie regimenten, in 1931 al 15.000 leden.

In 1933 kwamen de nazi's aan de macht en werd Hitler Rijkskanselier. Hierna begon de SS als paramilitaire organisatie steeds meer macht te krijgen.

In 1938 werd de Waffen-SS opgericht, een SS-leger dat alle militaire en gewapende taken uitvoerde. De Ahnenerbe SS was de wetenschappelijke tak van de SS en moest bewijzen leveren voor de superioriteit van het Arische ras door onder meer medische experimenten.

De Allgemeine-SS was de ongewapende tak die onder meer de administratie deed. Tijdens de oorlog kwam hier ook de Germaansche SS bij, een verzamelnaam voor SS-afdelingen opgericht in de bezette gebieden.

De Waffen-SS rekruteerde aanvankelijk voornamelijk vrijwilligers uit landen waarvan de nationaalsocialisten de bevolking als ‘Arisch’ beschouwden, zoals Denemarken en Nederland. Toen Duitsland behoefte had aan meer soldaten liet de Waffen-SS vrijwel iedereen toe, dus ook mensen die zij als ‘niet-Arisch’ zagen.

Aan het einde van de oorlog was meer dan de helft van de eenheden van de Waffen-SS niet-Duits. De Handschar-divisie paste binnen deze bredere ontwikkeling, maar bleef bijzonder door de combinatie van Bosnisch-islamitische rekrutering, SS-ideologie en lokale oorlogsomstandigheden.

De tweede Bosnische moslimeenheid: Kama

In het voorjaar van 1944 zette de SS-leiding een tweede Bosnische moslimeenheid op: de Kama. Deze zusterdivisie van de Handschar telde in totaal iets minder dan 3.800 manschappen.

Ook hier waren de meeste bevelhebbers Joegoslavische volks-Duitsers. De Handschar en Kama waren respectievelijk genoemd naar een Ottomaans kromzwaard − handžar in het Kroatisch − en naar een traditionele Bosnische dolk.

De twee divisies maakten geen deel uit van het geregelde Kroatische regeringsleger en evenmin van de Ustaša-milities. Zij waren officieel de Kroatische vrijwilligersdivisies nummer 1 en 2 van de SS.

De Kama-divisie was veel kleiner dan Handschar en werd opgericht binnen dezelfde poging om islamitische Bosniërs in Duitse dienst te mobiliseren. De plannen voor islamitische SS-eenheden werden uiteindelijk beperkt door deserties, muiterijen, militaire tegenslagen en de verslechterende Duitse oorlogssituatie.

Het einde van de divisie en van de SS

De ambitie van Himmler om tot een zuiver islamitisch SS-korps te komen is nooit gerealiseerd. De islamitische identiteit van de rekruten kon niet eenvoudig worden ingezet als vervanging voor de nationaalsocialistische ideologie.

In Kroatië was het katholieke regime van Pavelić de belangrijkste partner van de Duitsers en die had de nodige reserves bij het bewapenen van moslims. Er moesten zodoende tal van compromissen worden gesloten.

De Handschar-manschappen waren over het algemeen redelijk trouw aan hun Duitse bondgenoten, maar dat had meer te maken met hun afkeer van het communisme dan met sympathie voor het nazisme.

De SS werd tijdens de oorlog veel ingezet tijdens gevechten en militaire confrontaties. Met de val van Hitler en Himmler kwam er echter een einde aan de SS.

De organisatie werd tijdens de Neurenbergprocessen verboden en opgeheven. Door de vele oorlogsmisdaden die de SS als organisatie op zijn geweten had, werd naast de afzonderlijke leden de hele organisatie mede verantwoordelijk gehouden voor de Holocaust.

Het directe antwoord op de vraag is daarom: Heinrich Himmler was het hoofd van de SS en de belangrijkste nazi achter de oprichting van de Handschar-divisie; Karl-Gustav Sauberzweig was een belangrijke militaire commandant van de divisie, terwijl Amin al-Hoesseini een invloedrijke propagandist en rekruteringsbondgenoot was, maar niet het formele hoofd van de eenheid.

tags: #welke #nazi #was #het #hoofd #van