Onder ons zijn er enkelen die goed Nederlands spreken

Een goede beheersing van het Nederlands vraagt vooral aandacht voor duidelijke formuleringen, correcte spelling en natuurlijk taalgebruik. Iedereen maakt weleens een foutje en taal verandert regelmatig, waardoor zelfs de hardnekkigste taalpurist, die niet van taalverandering houdt, termen gebruikt die enkele decennia geleden nog gewoon hartstikke fout waren.

Een beetje rekkelijkheid mag dus best en ik heb al eerder gezegd dat ik blogs met taalfouten gerust uitlees. Toch maak je jezelf net even wat professioneler als je de grootste taalmissers voorkomt. Ook omdat ze met wat basiskennis eenvoudig te verhelpen zijn.

Schrijf zoals je praat

Het gebruik van ‘welke’ als betrekkelijk voornaamwoord is strikt genomen geen taalfout, want taalkundig mag het. Maar het is zo ongelooflijk ouderwets en stijf dat je er meteen de matige schrijver in herkent.

Mijn grootste ergernis is dat namelijk niemand het woord ‘welke’ in zo’n zin gebruikt als hij praat. Mensen gebruiken het alleen als ze gaan schrijven. Dat vind ik gek. Alsof je dan ineens andere woorden moet hanteren.

Zoals ik al in mijn 11 schrijftips zei: schrijf zoals je praat. Bovenstaande zin zou dus veel beter zijn als je schrijft: de blog die ik laatst schreef.

Terzijde: het gebruik van ‘welke’ als een verwijzing naar een onzijdig woord is taalkundig ook echt fout. Het congres welke ik laatst bezocht had is dus op geen enkele manier goed te praten.

Vermijd onnodig ouderwetse woorden

Dat mensen de neiging hebben om andere woorden te gebruiken als ze schrijven, zie je ook vaak terug in archaïsch, ouderwets en formeel taalgebruik. Dan gaan ze ineens ‘te allen tijde’ schrijven terwijl ze in een gesprek gewoon altijd het woordje altijd gebruiken.

Je ziet dit vooral bij ambtenaren en juristen die denken dat je ‘dure’ woorden moet gebruiken als je schrijft. Nonsens. Bijkomende ergernis is dat deze stijve ambtenaren dan ook nog heel vaak de term ‘te allen tijde’ verkeerd schrijven.

Te allen tijde is niet de enige oubollige term die ik tegenkom. Veel schrijvers gaan bijvoorbeeld tijdens het schrijven ineens termen als nimmer en reeds gebruiken, terwijl ze dat in spraak nooit doen. Of bezigen in plaats van doen. Of aanvangen in plaats van beginnen.

Een eenvoudige regel helpt: kies het gewone woord als dat duidelijker en natuurlijker klinkt. Formeel taalgebruik maakt een tekst niet automatisch beter.

Let op verwijzingen met ‘zijn’ en ‘haar’

Nog zo’n staaltje chicdoenerij: het gebruik van ‘haar’ als verwijzing naar een woord dat helemaal niet vrouwelijk is. In bovenstaand voorbeeld is Nederland een onzijdig woord; je kunt namelijk zeggen: het Nederland van vroeger was veel gezelliger.

Het is dus een het-woord en moet daarom vervoegd worden met ‘zijn’: Nederland en zijn inwoners. Nu snap ik dat het bij een woord als Nederland of Ajax, waar niet vaak een lidwoord voor staat, lastiger te herkennen is.

Maar ik kom ook veelvuldig dit soort zinnen tegen: het kabinet en haar ministers. Niemand zal ooit zeggen: het schilderij en haar lijst.

Let dus extra goed op als je het woord ‘haar’ gebruikt. Denk even drie seconden langer na: is het woord waar ik naar verwijs inderdaad overduidelijk een vrouwelijk woord? Twijfel je: zoek dan in een online woordenboek op of het mannelijk of vrouwelijk is.

Schrijf samenstellingen aan elkaar

Nederlanders kijken graag naar Amerika en nemen veel dingen over. Helaas nemen we ook veel taalgedrag over, zoals het losschrijven van samengestelde woorden.

Zo schrijven Amerikanen ‘baby shower’ als twee losse woorden, maar plakken wij dit soort woordcombinaties altijd aan elkaar. Tenminste, dat is de regel.

Helaas doen wij dat in de praktijk steeds minder vaak en gaan we op de Engelstalige toer door ook woorden als ‘baby shower’, ‘mozaïek tegel’ of ‘telefoon oplader’ los te schrijven.

De regel is eigenlijk heel simpel: als twee of meer zelfstandige naamwoorden samen een nieuw woord vormen, dan wordt dat altijd één woord.

Losse woordenCorrecte samenstelling
auto en bandautoband
mozaïek en tegelmozaïektegel
telefoon en opladertelefoonoplader
auto en exportauto-export
soja en ijssoja-ijs
netto en inkomennetto-inkomen

Dit proces kan oneindig doorgaan, waardoor zelfs lange woorden kunnen ontstaan zoals de bekende autobandventieldopjesfabriek.

Als het aan elkaar plakken tot moeilijk leesbare woorden leidt, mag je er ook een streepje tussen zetten. Denk aan een woord als ‘stropop’ dat je wellicht beter als ‘stro-pop’ kunt schrijven.

Of aan een woord als ‘stress-situatie’ dat anders met drie s’en wat too much is. Het streepje hoeft hier niet, maar maakt het leesbaarder.

Het streepje is wél verplicht bij zogeheten klinkerbotsingen waardoor anders een andere klank zou ontstaan. Denk aan woorden als auto-export, soja-ijs en netto-inkomen.

Zonder streepje zou je die woorden anders kunnen lezen. Bij politieauto en juryonderdeel is er geen botsing, maar als je hier voor de leesbaarheid toch liever een streepje zet, mag het wel.

Ingewikkeld? Valt mee, als je maar onthoudt dat je de woorden niet los schrijft en in geval van nood en twijfel een tussenstreepje gebruikt.

Gebruik de apostrof bij bezit-s zorgvuldig

De neiging om de apostrof te gebruiken bij de zogeheten bezit-s komt vooral door het Engels. In Engeland zeggen we Tom’s bike, maar in Nederland komt die s er gewoon aan vast: Toms fiets.

De regel met die apostrof is vrij simpel: als de uitspraak door die s niet wezenlijk verandert, zet je hem eraan vast.

Bij een naam als Tom is dat zo, maar bij een naam die op een open klinker eindigt niet. Bij Saskias fiets zou de aaaaa-klank veranderen in een ahhh-klank. Dus dan zet je er wel een apostrof neer: Saskia’s fiets.

NaamCorrecte vorm
TomToms fiets
SaskiaSaskia’s fiets
ElseElses rapport
HenkieHenkies hamburgers
RenéRenés auto
SuusSuus’ fiets
BoazBoaz’ broertje

Het is om die reden dus ook: Elses rapport, Henkies hamburgers en Oranjes mooiste doelpunten. Maar het is dan dus ook: Renés auto omdat door dat streepje op de é hij altijd al als eeeee wordt uitgesproken.

Een gekke situatie krijg je als de naam op een s of s-klank eindigt. Dan moet je een apostrof gebruiken zonder s. Dus: Suus’ fiets. Of Boaz’ broertje.

Overigens gelden deze regels ook voor de meervouds-s bij woorden. Eén auto, twee auto’s. Maar dus twee Elses, twee Henkies en twee cafés.

Vervoeg Engelse leenwoorden in het Nederlands

We gebruiken massaal Engelse leenwoorden die vaak ook officieel ons woordenboek halen. Tot zover niks mis, want klagers over taalverloedering moeten zich realiseren dat we dit vroeger ook met Latijnse en Franse woorden deden.

Neem hierboven het woordje vocabulaire, maar denk ook aan chauffeur, bureau, bagage, trottoir, paraplu en kostuum.

Dat onze taal hierdoor verdwijnt is een angstscenario dat ook niet gestaafd wordt door de realiteit. Ja, we lenen bijvoorbeeld ook veel Engelse werkwoorden, maar onze grammatica is zo krachtig dat we ze vervolgens toch op zijn Nederlands vervoegen.

Zo hebben we bijvoorbeeld gecarpoold nadat we ingelogd waren en onze gegevens hadden gemaild, zonder dat we erg gestrest waren. Geen Engelsman die die woorden zo uitspreekt. We hebben ze echt vernederlandst met die ge-vervoeging.

Maar waar wij dit soort woorden dagelijks goed uitspreken, vergissen we ons vaak wel in de schrijfwijze. Dan gaan we toch ineens een beetje op de Engelse toer en schrijven we bijvoorbeeld ‘gestressed’ of ‘gestresst’.

Dat is dus fout, want stressen is nu een Nederlands woord geworden en moet dus net zo vervoegd worden als missen of plassen. Gemist, geplast, gestrest. Keurig volgens de wetten van het ex-kofschip.

WerkwoordCorrect voltooid deelwoord
checkengecheckt
mixengemixt
cancelengecanceld
scrollengescrold
stressengestrest

Om die reden is het ook gecheckt, niet: gechecked, gemixt, niet: gemixed, gecanceld, niet: gecancelled, en gescrold, niet: gescrolled.

Het woord relaxed neemt een wat gekke positie in. Het woord in de context dat je relaxed bent, schrijven we net als de Engelsen dat doen.

Maar ga je het als werkwoord vervoegen, dan zeg je: hij relaxt lekker in zijn hangmat en hij heeft gisteren heerlijk in zijn stoel gerelaxt.

Even extra aandacht voor woorden als ‘appen’ en ‘baseballen’. Daar is die dubbele medeklinker nodig, om de Engelstalige uitspraak, die we immers bij deze woorden hebben overgenomen, te handhaven.

Het is dus ik app en niet ik ap, want dan zouden we de a niet als een è uitspreken. Het is daardoor ook: ik appte en heb geappt.

Bij ‘baseballen’ spreken we ballen anders uit dan bij ‘voetballen’ en ‘basketballen’. Meer met de Engelse ò-klank.

Om dit qua schrijfwijze duidelijk te maken, behouden we de dubbele l. Het is dus gebaseballd. Staat misschien gek, maar volgens de taalregels heel consequent.

Duizelt het je? Onthoud dan maar gewoon dat je bij Engelse leenwoorden altijd even alert moet zijn en bij twijfel gewoon het woordenboek checkt.

Maak onderscheid tussen persoonsvorm en voltooid deelwoord

Nu we toch bij de voltooid deelwoorden en het kofschip aanbeland zijn, is een belangrijk onderscheid nodig. Mensen hebben de neiging om elk werkwoord dat ook maar een beetje lijkt op een voltooid deelwoord als zodanig te behandelen.

Dan doel ik op werkwoorden die uit zichzelf al met ge-, be- of ver- beginnen. Zoals ‘gebeuren’.

Ik snap dat het verwarrend is dat je zowel de variant ‘gebeurt’ hebt als ‘gebeurd’. Maar als je de taalregels goed volgt, hoeft het geen probleem te zijn.

GebruikVoorbeeld
persoonsvormhet gebeurt
voltooid deelwoordhet is gebeurd

Gebruik je het als persoonsvorm, dan is het ‘het gebeurt’. Is het een voltooid deelwoord, dus met nog een extra werkwoord erbij, dan is het: ‘het is gebeurd’.

Het gaat nogal veel fout bij dit soort werkwoorden. Dan zie ik fouten als: Je bespaard 10% terwijl het moet zijn: bespaart.

Hij verwonderd zich hier niet over moet zijn: verwondert. Hij beland in de sloot moet zijn: belandt. Ik vind dat hij het goed verwoord moet zijn: verwoordt.

Vooral deze laatste is sneaky, omdat het werkwoord nu aan het einde van de zin staat en dus zo op een voltooid deelwoord lijkt. Maar het is een bijzin met ‘hij’ als onderwerp, dus gewoon een persoonsvorm: hij verwoordt.

Gebruik spellingcontrole, maar controleer de betekenis zelf

Tot slot: zorg sowieso altijd dat je spellingscontrole aan staat, want daarmee haal je in elk geval foutief gespelde woorden eruit, onder meer de vervoegingen van de Engelse leenwoorden.

Dat scheelt al een hoop foutjes. Uiteraard voorkom je daarmee niet alles, want de spellingscontrole kent zowel het woord ‘gebeurt’ als ‘gebeurd’, dus zal daarin niet altijd de juiste scheidsrechter zijn.

Een spellingcontrole herkent vaak of een woord als zelfstandig woord correct is gespeld, maar niet altijd of het in de zin de juiste vorm heeft. Daarom blijft het nodig om te letten op de betekenis, de persoonsvorm en de relatie tussen onderwerp en werkwoord.

Als je deze fouten voortaan vermijdt, ben je echt al een heel eind. De boodschap blijft belangrijker dan de correcte spelling, maar een duidelijke en verzorgde formulering maakt een tekst professioneler en makkelijker te begrijpen.

noimgs

tags: #onder #ons #zijn #enkele #goed #in